Ga naar de inhoud

Onderzoek: Parkinson treft mannen en Noord-Nederlanders relatief vaak

Parkinson onderzoek Bron: © Canva. Onderzoek maakt inzichtelijk waar men het meeste Parkinson heeft en wie. 

Mannen, hoogopgeleiden en inwoners van het noorden van Nederland hebben een grotere kans om de ziekte van Parkinson te krijgen. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek van de Universiteit Utrecht (UU) en het Radboudumc, waarin gegevens uit de periode 2017 tot en met 2022 zijn geanalyseerd.

De resultaten zijn verwerkt in de eerste gedetailleerde ‘Parkinsonkaart van Nederland’, die laat zien hoe de ongeneeslijke hersenziekte regionaal is verspreid.

De tekst gaat onder de video verder >>

Parkinson vaker in Friesland en Groningen

Uit het onderzoek komt naar voren dat Parkinson relatief vaak voorkomt in provincies als Friesland en Groningen, terwijl het risico in Zeeland juist lager ligt. Ook Utrecht behoort tot de regio’s met een hogere prevalentie. Een duidelijke verklaring voor deze verschillen is er nog niet.

Volgens hoofdonderzoeker Roel Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, laat de kaart zien dat Parkinson ‘clustert’ in bepaalde provincies en zelfs wijken. Tegelijkertijd waarschuwen onderzoekers dat deze cijfers alleen gelden voor grote groepen mensen. “Je kunt niet zeggen dat je persoonlijk meer risico loopt omdat je in Groningen of Friesland woont”, benadrukt neuroloog Bas Bloem van het Radboudumc.

Geen sterke stijging in nieuwe diagnoses

De onderzoekers zagen geen opvallende toename van het aantal nieuwe Parkinsondiagnoses in de onderzochte periode. Jaarlijks komen er in Nederland gemiddeld ongeveer 3.700 nieuwe patiënten bij, een aantal dat al jaren stabiel is. In totaal leven er momenteel zo’n 63.000 mensen met de ziekte van Parkinson.

Toch is dat volgens Bloem geen reden tot geruststelling. Hij spreekt vaker van een ‘Parkinsonpandemie’: “De kraan wordt niet verder opengedraaid, maar hij wordt helaas ook nog niet dichtgedraaid.”

Mannen lopen duidelijk meer risico dan vrouwen

Een van de meest consistente bevindingen uit het onderzoek is dat mannen vaker Parkinson krijgen dan vrouwen. Mogelijke verklaringen zijn dat mannen via hun werk vaker zijn blootgesteld aan schadelijke stoffen, zoals oplosmiddelen of pesticiden. Daarnaast wordt gedacht dat vrouwelijke hormonen, zoals oestrogeen, een beschermend effect hebben op de hersenen.

Opvallend: Parkinson vaker bij hoogopgeleiden

Ook mensen met een hogere sociaaleconomische positie en een theoretische opleiding krijgen relatief vaker de diagnose Parkinson. Dat is opvallend, omdat dit patroon afwijkt van veel andere gezondheidsverschillen, waarbij juist lager opgeleiden vaker ziek worden.

Een mogelijke verklaring ligt in leefstijl en gedrag. Uit eerder onderzoek blijkt dat niet-rokers een grotere kans hebben op Parkinson dan mensen die roken. Hoe dat precies zit, is nog onduidelijk. Het is mogelijk dat roken een beschermend effect heeft, maar het kan ook zijn dat mensen met een bepaalde hersenchemie zowel minder risico lopen op Parkinson als gevoeliger zijn voor verslaving.

Rol van leefomgeving en milieu nog onduidelijk

Hoewel Parkinson vaak in verband wordt gebracht met luchtvervuiling en bestrijdingsmiddelen, laat de nieuwe Parkinsonkaart op regionaal niveau geen sterk verband zien tussen de ziekte en wonen in landbouw- of industriegebieden. Zo komt Parkinson in gebieden met intensieve landbouw, zoals de Betuwe of de kop van Noord-Holland, niet opvallend vaker voor.

Dat betekent echter niet dat milieu geen rol speelt. Parkinson ontstaat waarschijnlijk door blootstellingen over tientallen jaren. “De kaart is een momentopname”, zegt Bloem. “We moeten nog de hele film maken.”

Leeftijd blijft de grootste risicofactor

De belangrijkste risicofactor voor Parkinson blijft leeftijd. De gemiddelde patiënt is rond de 73 jaar oud. Ongeveer 1,5 procent van de mensen boven de 65 krijgt de ziekte.

Vervolgonderzoek in voorbereiding

De Universiteit Utrecht en het Radboudumc werken inmiddels aan vervolgonderzoek, waarbij zij de milieublootstelling van individuele Nederlanders door de tijd volgen. Daarbij wordt ook gekeken naar mensen die in hun leven op meerdere plekken hebben gewoond. Dat moet helpen om beter te begrijpen welke factoren écht bijdragen aan het ontstaan van Parkinson.

Volgens externe deskundigen is de nieuwe Parkinsonkaart een belangrijke stap vooruit. “Dit is veel nauwkeuriger dan wat we tot nu toe hadden,” zegt hoogleraar Hans Kromhout. “Het combineren van meerdere databronnen maakt deze registratie betrouwbaar.”

Bronnen:

Talpa, Hart van Nederland, De Volkskrant