Ga naar de inhoud

Hoe voed je een huisdier op? Hond of kat

Bron: © Canva. Een huisdier opvoeden is lastiger dan je in eerste instantie denkt. 

Of je nu bent opgegroeid met dieren of voor het eerst een viervoeter in huis haalt: een huisdier opvoeden vraagt om routine, duidelijke regels en vooral: belonen van gewenst gedrag.

Hoe vaak moet je voeren? Hoe maak je een pup zindelijk? En hoe voorkom je dat een kitten je bank sloopt? Met deze tips leg je een fijne basis voor een hond of kat, zonder strijd.

Hond opvoeden: puppy en volwassen hond

1. Hoe vaak moet je een puppy uitlaten?

Een pup kan zijn plas nog niet lang ophouden. De makkelijkste aanpak is: heel vaak, voorspelbaar en op vaste momenten.

Handige vuistregels:

  • direct na wakker worden (ook na dutjes)
  • na eten en drinken (wel rustig)
  • na spelen/drukte
  • voor het slapen

Veel schema’s adviseren daarnaast: minstens elke 2 uur naar buiten met een hondenriem in de eerste periode (en soms ’s nachts nog een keer).
Beloon meteen buiten (stem + klein snoepje): timing is alles.

Let op: straf bij ongelukjes werkt vaak averechts. Ruim rustig op en pak het ritme opnieuw op.

2. Hoe vaak moet een puppy eten?

Pups hebben een kleine maag en groeien hard, dus meerdere kleine maaltijden zijn logisch. Een veelgebruikte richtlijn is:

  • tot 12 weken: 4 maaltijden per dag
  • 3–6 maanden: 3 maaltijden per dag
  • 6–12 maanden: 2 maaltijden per dag
  • vanaf ±12 maanden: 1–2 maaltijden per dag (meestal 2 blijft prima)

Tip: pas porties van het hondenvoer aan op ras/grootte/activiteit en gebruik de voergids op de verpakking als startpunt.

3. Wat als je hond niet luistert?

In de praktijk is het vaak: de oefening is te moeilijk, de omgeving te druk, of de beloning te saai.

Zo pak je het slimmer aan:

  • Train eerst binnen (weinig afleiding), dan pas buiten.
  • Werk met korte sessies (1–3 minuten) meerdere keren per dag.
  • Beloon meteen wanneer het goed gaat (voer, spel, aandacht).
  • Maak het gedrag makkelijk: vraag ‘zit’ in een rustige kamer vóór je het op straat probeert.

Verandert gedrag plots (angst, agressie, ongelukjes)? Dan kan er ook iets medisch of stress-gerelateerd spelen.

Bij het opvoeden van een pup komt veel kijken! Lees na het Instagrambericht verder >>

Kat opvoeden: kitten en volwassen kat

1. ‘Kittengedrag’: wat moet je wel/niet afleren?

Kittens klimmen, jagen, springen en krabben: dat is normaal. Krabben is geen ‘slecht gedrag’, maar onderhoud + territorium + ontspanning.

Maak het makkelijk om het goed te doen:

  • Zet minimaal 1 krabpaal/krabplank in de looproute (waar je kat toch al langs komt).
  • Bied dagelijks jachtspel aan (hengel/veren; eindig met iets dat ‘gevangen’ mag worden).
  • Staat je kat op het aanrecht? Zorg voor een aantrekkelijk alternatief (hoge krabpaal/vensterbankplek) en beloon dát.

2. Hoe vaak moet een kitten eten?

Kittens hebben, net als pups, meer maaltijden nodig dan volwassen katten. Een praktische richtlijn:

  • 8–12 weken: minimaal 4 maaltijden per dag
  • 3–6 maanden: minimaal 3 maaltijden per dag
  • 6–12 maanden: 2–3 maaltijden per dag
  • rond 12 maanden: overstap naar volwassen voer (geleidelijk)

Wat zou jij doen als je een ongechipte kat vindt? Houden of wegdoen?

Bekijk hier het verhaal van Benjamin en lees daarna verder >>

3. Wat als je kat niet luistert?

Katten leren vooral via associaties: ‘als ik X doe, gebeurt er Y.’ Straffen maakt ze eerder onzeker of afstandelijk. Positieve bekrachtiging (belonen) werkt beter en is ook goed bruikbaar bij dingen als: in de reismand gaan, nagels laten knippen of op een target tikken.

Praktisch:

  • Beloon gewenst gedrag met een snackje of korte speelronde.
  • Wil je iets afleren (bijten tijdens spelen)? Stop direct het spel en loop weg. Zo koppel je bijten aan ‘feest is voorbij’.
  • Clickertraining kan ook bij katten goed werken (kort, simpel, consequent).

Top 10 veelgemaakte fouten bij huisdieren opvoeden

  1. Te lang wachten met trainen (bijv. bij honden)
  2. Niet voldoende trainen (bijv. bij honden)
  3. Niet belonen van goed gedrag
  4. Toegeven bij slecht gedrag
  5. Niet consistent zijn
  6. Geen huisdierspeeltjes hebben
  7. Instinctief gedrag af willen leren
  8. Onvoldoende avontuur bieden
  9. Onrealistische verwachtingen hebben
  10. Geen geduld hebben

Wanneer schakel je hulp in?

Neem contact op met je dierenarts (of een erkende trainer/gedragstherapeut) als:

  • gedrag plots verandert (agressie, angst, ineens niet zindelijk)
  • je pup/kat pijnsignalen heeft, veel likt/krabt, of slecht eet
  • probleemgedrag ondanks aanpak blijft escaleren

Bronnen:

VCA Animal Hospitals, American Kennel Club (AKC), International Cat Care

Meer over: