Ga naar de inhoud

Het is ‘5 over 12’: drinkwaterkwaliteit in het geding

Update:
Drinkwaterkwaliteit Bron: Canva. Schoon drinkwater is steeds minder vanzelfsprekend. 

De boodschap van drinkwaterbedrijven en bestuurders is helder: Nederland kan niet meer achteroverleunen als het om drinkwater gaat. De tijd van waarschuwen is voorbij. Zonder stevige maatregelen lopen we tegen een groeiend tekort aan schoon water aan, terwijl de kwaliteit van leven, de natuur en de economie juist afhankelijk zijn van genoeg goed drinkwater.

‘We zitten vet in de problemen’

Dat klinkt fors, maar de zorgen zijn ook fors. Vitens-voorzitter Tjeerd Roozendaal noemt de situatie zelfs ‘5 over 12’ en zegt: „We zitten vet in de problemen.” Volgens hem is drinkwater allang niet meer vanzelfsprekend. Ook Martijn Dadema, gedeputeerde in Overijssel en waterverantwoordelijke bij het IPO, roept op tot een andere mindset: water moet je niet zien als iets dat je zo snel mogelijk afvoert, maar als bron van leven die je schoon moet houden en slim moet vasthouden.

Die oproep raakt aan een groter vraagstuk. Nederland krijgt te maken met meer vraag naar drinkwater, langere droge periodes, vervuiling van bronnen en ingewikkelde procedures rondom uitbreiding van waterwinning. En precies daar wringt het: als we niet sneller samen optrekken, wordt drinkwater in de toekomst minder vanzelfsprekend dan we nu gewend zijn.

Drinkwater wordt schaarser én duurder om schoon te maken

De kern van het probleem is niet alleen dat er meer water nodig is, maar ook dat de bronnen waaruit drinkwater wordt gewonnen steeds vaker onder druk staan. PFAS is daarbij een van de grootste zorgen. Deze stoffen komen via meerdere routes in het milieu terecht en zitten inmiddels niet alleen in oppervlaktewater, maar ook steeds vaker in ondiep grondwater. Dat maakt de uitdaging structureel en niet tijdelijk.

Volgens het aangeleverde onderzoek ligt de totale blootstelling via voedsel en drinkwater boven de gezondheidskundige grenswaarde. Dat betekent niet dat elk glas water direct gevaarlijk is, maar wel dat Nederland serieus aan de bron moet werken. Want hoe meer vervuiling er in het systeem komt, hoe moeilijker en duurder het wordt om drinkwater schoon te krijgen.

Roozendaal wijst er bovendien op dat zuivering niet gratis is. Als drinkwaterbedrijven PFAS uit water moeten halen, verliezen ze een deel van hun productie en ontstaan er reststromen die weer verwerkt moeten worden. Het probleem verschuift dan dus niet, maar komt terug als afvalvraagstuk, energievraagstuk en kostenpost.

Waarom waterbesparing nu echt nodig is

Al jaren is het doel om het gemiddelde drinkwaterverbruik per huishouden terug te brengen van ongeveer 120 liter per dag naar 100 liter. In de praktijk lukt dat nauwelijks. Tegelijk groeit het aantal huishoudens en neemt ook de vraag van bedrijven toe. Dat zorgt voor extra druk op het systeem.

Daarom kijken drinkwaterbedrijven steeds nadrukkelijker naar besparing. Niet alleen bij gezinnen, maar ook bij grootverbruikers. De vraag is steeds vaker: moet een bedrijf echt zuiver drinkwater gebruiken voor zijn processen, of kan het ook werken met gezuiverd afvalwater? Dat klinkt simpel, maar het is een belangrijke omslag. Elke liter die niet onnodig als drinkwater wordt gebruikt, helpt om het systeem toekomstbestendiger te maken.

Ook in nieuwbouw liggen kansen. 4 provincies, 14 gemeenten en 4 waterschappen willen de Tweede Kamer een manifest aanbieden om waterbesparing bij nieuwbouwwoningen te versnellen. Denk aan regenwater gebruiken voor het doorspoelen van het toilet, of systemen waarbij water wordt hergebruikt. In Vlaanderen is dat al veel meer ingeburgerd. Daar zijn hemelwateropvang en een regenwaterput in nieuwbouwhuizen al jarenlang gebruikelijk.

Van vanzelfsprekend naar verstandig gebruik

Een belangrijk punt uit het gesprek tussen Vitens en IPO is dat Nederland water lang heeft behandeld als iets wat altijd beschikbaar is. Alsof het een product is dat onbeperkt uit de kraan komt. Maar die tijd loopt af. Water moet zorgvuldiger worden gebruikt, zeker in droge periodes.

Dadema verwoordt het scherp: we moeten water schoon houden zodat we er geen vervuiling uit hoeven te halen, en we moeten het vasthouden zodat we er in droge tijden plezier van hebben. Dat is niet alleen een technische opgave, maar ook een mentaliteitsverandering. Minder verspillen, beter vasthouden, slimmer hergebruiken: daar draait het om.

Volgens Roozendaal is het bovendien belangrijk dat mensen zich bewust worden van de waarde van water. Want drinkwater is in Nederland nog altijd opvallend goedkoop. Een flesje kraanwater kost vrijwel niets, terwijl bronwater in de winkel ineens veel duurder is. Dat verschil laat zien hoe vanzelfsprekend schoon water nog wordt gevonden.

Moet drinkwater duurder worden?

Een gevoelige maar steeds vaker besproken vraag is of de prijs van drinkwater omhoog moet. Dadema en Roozendaal vinden van wel, al is prijs alleen niet dé oplossing. Dadema denkt bijvoorbeeld aan een systeem waarbij de eerste 100 liter per dag tegen het huidige tarief geleverd wordt, en zwaar verbruik onder een comforttarief valt. Zo wordt overmatig gebruik minder aantrekkelijk.

Dat idee is niet onomstreden. Water is immers een basisbehoefte en moet voor iedereen betaalbaar blijven. Toch kan een slimmer tariefsysteem wel helpen om mensen bewuster te maken van hun verbruik. Niet elk zwembad, niet elke tuin en niet elke wasbeurt hoeft automatisch met kostbaar drinkwater te gebeuren.

Belangrijk is wel dat prijsprikkels onderdeel zijn van een breder pakket. Alleen duurder water maakt het probleem niet vanzelf weg. Daarvoor zijn ook bronbescherming, zuiniger bouwen, betere regelgeving en meer samenwerking nodig.

Wat moet er nu gebeuren?

De grote lijn is duidelijk: Nederland moet water niet langer behandelen als vanzelfsprekend. Er zijn minstens 4 sporen nodig om de drinkwaterkwaliteit en beschikbaarheid veilig te houden:

  • drinkwater besparen in huishoudens en bedrijven;
  • waterhergebruik en regenwateropvang standaard maken in nieuwbouw;
  • bronnen beter beschermen tegen vervuiling zoals PFAS;
  • meer samenwerking tussen overheden, drinkwaterbedrijven, natuurorganisaties en gebruikers.

Daarbij hoort ook dat discussies minder juridisch en meer praktisch worden gevoerd. Want als iedereen in zijn eigen belang blijft denken, komt het gezamenlijke belang in de knel. En juist dat gezamenlijke belang is groot: zonder water is er geen economie, geen natuur en geen gezonde samenleving.

De conclusie van de betrokken bestuurders is dan ook hard maar logisch: wachten helpt niet meer. Nederland moet nu keuzes maken. Als dat gebeurt, kan drinkwater ook in de toekomst schoon, betaalbaar en beschikbaar blijven. Als het niet gebeurt, wordt de rekening later alleen maar hoger.

Bronnen:

Vitens, Overhid, Vewin