Wie kan voor mij deze wiskunde sommen goed uitleggen zodat ik het snap?

Ik heb morgen een proefwerk maar ik heb nu geen tijd meer om naar de wiskunde leraar te gaan en te vragen hoe ik deze sommen moet uitrekenen.

Ik ben normaal redelijk goed in wiskunde en snap ik alles maar van dit hoofdstuk niet.

Deze som snap ik totaal niet:

(2x + 3)(2x - 6)

Kan iemand goed uitleggen hoe deze moet?
Ik krijg wel de getallen maar nou snap ik niet wanneer je min en plus hebt bij het optellen.

Is er ook een site waar ik deze sommen kan oefenen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

(2x+3)(2x-6) =(2x+3)*(2x-6) =2x(2x-6)+3*(2x-6) (Distributie) =2x*2x-2x*6+3*2x-3*6 =4x²-12x+6x-18 =4x²-6x-18

(2x+3)(2x-6) is hetzelfde als (2x+3)*(2x+6) Je doet dus eerst 2x*2x = 4x² Dan doe je: 2x*-6 = -12x Dan doe je: 3*2x =6x Dan als laatste: 3*-6= -18 Dan heb je 4(a)x²-6(b)x-18(c) Maak je de discriminant: SQRT(b²-4ac) SQRT(6²-4*4*-18) = positief, dus twee oplossingen. Invullen in ABC formule: (b² +/- sqrt(-b-4ac))/2a Daar komen dan twee antwoorden uit, die worden gevraagd. Deze opgave kun je denk ik het beste uit je boek halen, ik weet niet welk boek je hebt. Ik had vroeger altijd "gemengde" opgaven achter in het boek, waren wat lastiger dan de gewone stof, maar wel goed om te oefenen.

(2x + 3)(2x - 6) Doe alles keer elkaar naar de andere kant; 2x keer 2x is 4x kwadraat 2x keer -6 is -12x +3 keer 2x is 6x en +3 keer -6 is -18 De som word dan: 4x kwadraat - 12x + 6x - 18. Toegevoegd na 1 minuut: Dit is uit het wiskundeboek van vorig jaar, dus heel precies weet ik het niet. Wat je wel kan doen is misschien iemand uit je klas bellen, of kijken op de website van Getal en Ruimte of op de website van je wiskundeboek.

Bronnen:
Wiskundeboek: Getal en Ruimte Jaar 2

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100