Hoe tel je breuken op, deel je ze, vermenigvuldig je ze en trek je ze af?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ik heb hier ooit een introductie voor beginners voor geschreven, msischien heb je daar wat aan. Het gaat precies over wat je vraagt, namelijk de basisbewerkingen met breuken. Zie volgende link voor deze 'microcursus: rekenen met breuken': http://www.wetenschapsforum.nl/index.php?showtopic=42824

Bronnen:
http://www.wetenschapsforum.nl/index.php?s...

Optellen en aftrekken: Noemers (getallen onder de deelstreep) gelijknamig maken (zo is 7/9+4/5=35/45+32/45=67/45=1 22/45). Vermenigvuldigen: Teller keer teller en noemer keer noemer. Delen: Delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde, dus 1/2 : 3/4= 1/2 x 4/3 (let op: de tweede breuk omdraaien) = 4/6 = 2/3.

Je moet breuken eerst gelijk maken. Dat doe je door de noemer (het getal onder het streepje) gelijk te maken. Bij Optellen en aftrekken verandert de teller (het getal boven het streepje) en bij delen en vermenigvuldigen verandert de noemer.

optellen = 1/5 + 3/5 = 4/5 delen = 3/5 : 5/2 = 3/5 * 2/5 = 6/25 vermenigvuldigen = 2/5 * 3/5 = 6/25 aftrekken = 3/5 - 2/5 = 1/5

Bij optellen en aftrekken moet je eerst de noemers gelijk maken door deze zo te delen of vermenigvuldigen dat deze gelijk zijn. Dan deel of vermenigvuldig je de teller en de noemer.vervolgens tel je de tellers op Vb. 1/2+1/4= 2/4+1/4=3/4 Bij vermenigvuldigen vermenigvuldig je de tellers met de tellers en de noemers met de noemers Vb. 1/2*1/2=1/4 Delen is vermenigvuldigen met het omgekeerde. Vb. 1/2 / 1/2= 1/2*2/1=2/2=1

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100