Hoeken en zijden, wanneer delen, wanneer maal?

Ik maak gebruik vadat ezelsbruggetje SOS TOA SAS maar ik weet niet waneer ik moet delen en wanneer vermenigvuldigen?
Heb helaas problemen dat ik niet weet hoe ik dit in mn rekenmachine kryg. Alvast bedankt

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Wat je moet doen hangt af van wat er gegeven en wat er gevraagd wordt. 1- Wordt de hoek gevraagd, kijk dan welke zijden gegeven zijn: De overstaande(O) en de schuine(S) (= SOS)?, dan deel je de O door de S, en daar neem je de Inv. of -1 sinus van. De aanliggende(A) en schuine (=CAS)?, dan A delen door S en de Inv. of -1 Cosinus nemen. De overstaande en aanliggende?, dan de O door A delen en de Inv. of -1 Tang nemen. Dus als de hoek gevraagd wordt en zijn de zijden bekend=> delen en dan de Inv. of -1 nemen. 2 - Is de hoek bekend dan wordt dat eerst Sinus, Cosinus of Tangens nemen, en de bekende zijde er door delen als Bijv. de hoek en overstaande bekend en schuine gevraagd, dan wordt dat overstaande gedeeld door Sinus(hoek) = schuine. Dus eigenlijk is dat O/Sin = S. - Je ziet nu dat als de schuine bekend en overstaande gevraagd => O = S x Sin. - Hoek bekend, aanliggende bekend? Schuine gevraagd?, =>( A/Cos) = S. - Hoek bekend, schuine bekend? Aanliggend gevraagd => A = S x Cos. - Hoek bekend en een rechthoekzijde bekend , maar andere rechthoekzijde gevraagd? Zelfde als hierboven maar dan met de Tangens.

Het is altijd delen door: gebruik Sinus = overstaande : schuine zijde (SOS) gebruik Tangens = overstaande : aanliggende zijde (TOA) Gebruik cosinus: Aanliggende : schuine zijde. (CAS)

Misschien helpt deze website? http://www.wiskunde.eu/?pg=310000

SOS CAS TOA die is de goede brug

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Soscastoa

ik leerde het als sol, cal, toa, de eerste letter staat voor het = teken. de tweede staat boven het -gedeeld door- teken en de derde letter staat er onder. s=o/l t=o/a c=a/l Toegevoegd na 1 minuut: ik neem aan dat het omschrijven geen probleem is

We nemen het volgende voorbeeld: Je staat op een platte grond. In de verte staat een kerktoren. Afstand tussen jou en de kerktoren is 500m Kerktoren is 100m hoog. Als jij je hoofd op de grond zou leggen en schuim omhoog naar het puntje van de kerktoren zou kijken maakt je blik een hoek met de grond. Welke hoek is dit? Er zijn in deze som 3 zijdes: Afstand jou-bodem kerktoren (500m) Hoogte kerktoren (100m) Afstand tussen jou en puntje kerktoren (niet gegeven). Je gaat rekenen met de twee zijdes waar je de waarde van kent. Geef deze zijdes de correcte letter uit het SOS CAS TOA trucje. S (of L in andere wiskunde boeken) is de Schuine zijde, de afstand tussen jou en het puntje van de toren. O is Overstaande rechthoekszijde A is aanliggende rechthoekszijde (rechthoekszijde is een zijde die grenst aan een 90' hoek) De twee bekende zijdes, de 500m en 100m zijn een O en A. Je zoekt uit waar de O en A beide in voorkomen: SOS, CAS of TOA. Antwoord: TOA. Dit interpreteer je als volgt: de Tangens van de hoek die je hoofd met de grond maakt als je naar het puntje van de kerktoren kijkt is: O : A. Oftewel: 100:500=0,2 Omgekeerde tan (afhankelijk van je rekenmachine, waarschijnlijk heet het tan-1 of je doet Shift Tan of zo) van 0,2 is het antwoord in graden. Als je de zijdes weet en de hoek moet uitrekenen ga je altijd delen. ====== Stel nu dat de som anders is en je weet de hoek en 1 van de zijdes, dan hangt het van de situatie af of je moet delen of niet. Ik los dat als volgt op: De basis formule is T = O:A Vul getallen in op de plekken van de letters en maak zo een kloppende som. Voorbeeeld: 5 = 10:2 Als je nu de T en de A weet, wat moet je doen om de O te berekenen? Hetzelfde als je met 5 en 2 moet doen om 10 te krijgen: vermenigvuldig ze met elkaar! Als iets nog niet duidelijk is: vraag maar!

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100