Ik heb morgen een wiskunde Rep. ik snap niet hoe je formules tussen haakjes moet uitrekenen.

Een voorbeeldvraag is: ''Cynthia heeft voor haar mobiele telefoon een abonnement. Onderdeel van het abonnement is een sms-bundel €4,50 per maand. Daarmee zijn de eerste 60 sms-jes betaald. Voor elk sms-je meer kost het haar €0,21 cent.
De vraag is nu:

A) Het bedrag dat ze per maand moet betalen berekent ze in de volgende formule: k=0,21(a-60)+4,50 waarin a het aantal verstuurde smsjes is en k de kosten in euro's. Leg uit hoe ze aan deze formule komt?

Ik snap niet hoe ze (a-60) moet gebruiken bij het uitrekenen van bijn 43 smsjes...


Zou iemand mij een korte uitleg willen geven (dan snap ik het waarschijnlijk redelijk snel)

Toegevoegd na 1 minuut:
(r-14 moet zijn bijv. ipv bijn)

Weet jij het antwoord?

/2500

Ze betaalt sowieso 4,50 elke maand, vandaar + 4,50. Ze betaalt 21 cent per sms, maar de eerste 60 smsjes zijn "gratis", die vallen binnen die 4,50. Ze betaalt dus 0,21 keer a, maar daar moeten die 60 smsjes nog vanaf. Dus krijg je 0,21 (a - 60) + 4,50. Als ze dus bijv 100 smsjes heeft verstuurd betaalt ze 0,21 (100 - 60) + 4,50 = 0,21 x 40 + 4,50 = €12,90. Hopelijk heb je hier wat aan :)

Die (a-60) is het aantal smsjes die ze stuurt min de 60 smsjes die ze van haar abbonnement krijgt. Voorbeeld: Ze stuurt die maand 67 smsjes. F(67)= 0,21(67-60)+4,50. Ze betaalt 4,50 voor die 60 smsjes en 0,21x7 voor de 7 smsjes die ze over haar abbonnement heen gaat is samen 5,97. Als je nog niet snapt zeg het dan ;)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100