Wie heeft er een ezelsbruggetje voor de tanus bij wiskunde?
Toegevoegd na 10 minuten:
Het was iets met 6=3/2
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.
Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.
Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
Op deze pagina vind je alle vragen in de categorie Wiskunde. Vragen over aardrijkskunde, astronomie, biologie, filosofie, natuur- en scheikunde, psychologie, sociale wetenschap en techniek vind je in één van de gerelateerde subcategorieën.
Toegevoegd na 10 minuten:
Het was iets met 6=3/2
een paar vrienden hadden hier laatste een discussie over en ze kwamen er niet uit. Ik ben dus echt op zoek naar of de definitie van oneindig en de definitie van een getal het mogelijk maakt om te zeggen dat oneindig een getal is
Het gaat om vraag b. Vraag a snap ik wel, ik heb hier wel een antwoord namelijk 16/e^3 maar ik snap niet helemaal hoe je op dit antwoord uit moet komen?
Ik ben in mijn vrije tijd mijn wiskundevaardigheden aan het bijwerken en kwam deze vraag tegen in een oud ingangsexamen. Ik zou graag de redenering erachter begrijpen, deze valt namelijk niet op te lossen met de "standaard oplossingsmethodes" voor logaritmische vergelijkingen.
Dank bij voorbaat.
Toegevoegd na 2 uur:
Ik heb het uiteindelijk gevonden met volgende werkwijze.
Ik heb mijn opgave herschreven als 3*3(log(2, 1/x)) - 3^(log(2, 4x^2)) + 3^(log(2, 8x^3)) = 11. Maar 3*3(log(2, 1/x)) = 3/3^(log(2, x)). Daarna heb ik alles met 3/3^(log(2, x)) vermenigvuldigd en 3^(log(2, x) vooropgezet. Daarna valt alles terug te brengen tot de derdegraadsvergelijking 18z^3-11z+3=0 met z = 3^(log(2, x). Deze derdegraadsvergelijking heeft maar 1 nulpunt: z = 1/3. Vullen we dit nu in dan moet 1/3 = 3^(log(2, x)) en dit geldt slechts als x = 0.5.
GoeieVraag.nl is onderdeel van Kompas Publishing