Hoeveel zachter wordt water als je het kookt?

En wordt het zachter als je het langer kookt. Stel je hebt water van 12 DH en je kookt het 10 minuten. Hoe hard is het dan?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het water wordt harder als je het kookt... Stel je verdampt het helemaal, dan blijft alleen dat over wat het water hard maakte... Hoeveel het dan harder wordt, weet ik niet, het wordt harder hoe meer water er verdampt... Toegevoegd op 15-05-2009 14:34:41 Maar het is maar net wat er voor verontreiniging in zit, want het kan goed zijn dat die stoffen neerslaan op de wand en na afkoeling het water netto zachter is geworden, omdat er tijdens het koken afzetting op de wand neergeslagen is... Dus verontreinigingen onttrokken zijn en ergo een lagere DH waarde...

"Praktisch in heel Nederland is het water tegenwoordig zacht, ca 5-6 ºD, d.w.z. het bevat een bepaalde hoeveelheid kalk- en andere bestanddelen. De hardheid wordt uitgedrukt in Duitse hardheid-graden. De hardheid schaal van kraanwater is als volgt: 0-3 ºD = zeer zacht / 3-9 ºD = zacht water / 9-14 ºD = matig hard water / 14-18 ºD = hard water / daarboven is het water zeer hard. Door het water even te laten koken, niet langer dan 5-10 minuten, wordt het net een puntje lager. Wanneer het water langer dan 10 minuten kookt, damp het weer zoveel in, dat de hardheid juist toeneemt." Dus: 12 DH 10 min koken = 11 DH, kook je het langer dan dampt het zoveel in dat het weer hoger wordt.

Tijdelijke hardheid is de hardheid veroorzaakt door de Calcium- en Magnesiumzouten van CO2 (kooldioxide), respectievelijk Calciumbicarbonaat en Magnesiumbicarbonaat. Bij het verhitten (koken) van het water verdwijnt er koolstofdioxide (CO2) uit het water en slaat calcium en magnesium neer op een oppervlak als calciumcarbonaat het "ketelsteen". Dit gaat als volgt: Ca2+(aq) + 2 HCO3-(aq) -> CaCO3(s) + H2O(l) + CO2(g) Bij de tijdelijke hardheid daar vallen dus de stoffen onder die na het koken van het water verdwenen zijn. Eigenlijk is de "tijdelijke" hardheid dus de carbonaathardheid, omdat de bicarbonaten na langdurig koken als ketelsteen neerslaan. Dat is zo want als we de hardheid van leidingwater na het koken meten dan zullen we constateren dat de totale hardheid van het water vrijwel gezakt is naar de blijvende hardheid. Het verschil tussen de totale hardheid en blijvende hardheid is dus de KH-waarde. Ook kan je zeggen dat de totale hardheid = tijdelijke + de blijvende hardheid. Dus eigelijk zouden we het moeten hebben over de totale hardheid (GH) en de carbonaathardheid (KH) ipv de tijdelijke hardheid. (De Carbonaathardheid wordt geschreven als KH omdat: KH = KarbonatHärte in het duits.) Tijdelijke hardheidszouten zijn dus: * Calciumbicarbonaat Ca(HCO3)2 * Magnesiumbicarbonaat Mg(HCO3)2 Blijvende hardheid Blijvende hardheid is de hardheid veroorzaakt door andere magnesium- en calcium-zouten dan carbonaten. Deze verdwijnen door verhitten niet uit het water. De magnesium ionen en calcium ionen die na het koken van water nog aanwezig zijn vallen onder de blijvende hardheid. De hieronder genoemde zouten zijn een aantal voorkomende zouten die de hardheid vormen, maar er zijn ook nog andere stoffen die hardheid kunnen veroorzaken. Blijvende hardheidszouten: * Calciumchloride * Calciumsulfaat * Calciumnitraat * Calciumfosfaat * Magnesiumchloride * Magnesiumnitraat * Magnesiumsulfaat * Magnesiumfosfaat De totale hardheid De totale hardheid is de som van de tijdelijke en de blijvende hardheid. In het Duits is het de GesamtHärte (vandaar die G in GH).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100