hoe komt het dat, in een parallelschakeling van electriciteit, de totale weerstand kleiner is dan de kleinste weerstand?

Bij een parallelschakeling van electriciteit is de totale weerstand kleiner dan de kleinste weerstand (de weerstand die de draad geeft niet meegerkend), hoe komt dit?

Als je de totale weerstand moet berekenen geldt: 1/Rtotaal = 1/R1 + 1/R2 + enz.
Waarom mag Rt/1 dan omgedraait worden naar 1/Rt ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Weerstand is niet zo intuitief. Het gaat om een vervangingsweerstand en dat is een soort boekhouding van individuele weerstanden. Je kunt het je goed voorstellen als je een verbinding van tientallen steegjes (hoge weerstand per steegje) naar het centrum vergelijkt met een brede doorgaande weg (lage weerstand). Uiteindelijk komen er net zoveel mensen door het netwerk van steegjes als door de brede weg. Deze formule is de handigste manier om uit te schrijven hoe je een vervangingsweerstand berekent. In wezen stond er V/Rsub=V/R1+V/R2 --- Isub = I1 + I2 (de stroom door de vervangingsweerstand is hetzelfde als de som van de stroom door de individuele weerstanden. Dat is de brede weg/steegjes analogie. Omdat het voor elke spanning geldt valt de spanning weg uit de vergelijking en wordt hij makkelijker uit te rekenen, maar lastiger te begrijpen dan gewoon de stromen optellen.

Het omgekeerde van weerstand heet de geleidendheid: 1/R = G (in Siemens). Bij parallelschakeling kun je de geleidendheid gewoon optellen. Dus G = G1 + G2, ofwel je eigen formule 1/Rtotaal = 1/R1 + 1/R2. Het is ook eenvoudig in te zien als volgt: Voor de eerste weerstand geldt R1 = V/I. Sluit je een andere weerstand parallel aan, dan gaat daar ook stroom door. Dus I wordt groter, en aangezien I in de noemer staat wordt R kleiner.

Als je een weerstand parallel schakelt aan een andere bij gelijke spanning, neemt de stroom in het circuit toe want de stroom in de eerste weerstand blijft gelijk en de tweede weerstand voert dan ook stroom. (want de totale stroom in een parallelcircuit is de som van de stroom in beide weerstanden) Dus de totale weerstand neemt af want er is meer stroom bij gelijke spanning (want wet van ohm: R=U/I: gelijke teller & grotere noemer -> kleinere R). Het maakt voor de redenering niet uit welke ik eerst aansluit. Begin dus met de kleinste, de tweede weerstand parallel doet de totale weerstand afnemen. De (totale) weerstand is dan dus kleiner dan de kleinste weerstand.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100