Hoeveel mensen moet ik enquêteren voor mijn publieksonderzoek? 5 procent. Wanneer is het representatief?

Weet jij het antwoord?

/2500

Je moet doorgaan met enqueteren totdat het gemiddelde stabiel blijft. Bijvoorbeeld: Als je 2 personen zou vragen of ze komkommer lusten krijg je misschien een uitslag van 50%. vraag je 200 mensen dan kan de uitslag 80% zijn en bij 400 mensen ook. Het beste is zoveel mogelijk mensen bereiken op een manier dat mensen ook tijd voor je willen nemen. Soms helpt een klein kado, bijvoorbeeld na het invullen van een enquete krijg je een pen. Op een bepaald punt wijken de gemiddelde nauwelijks meer af. Natuurlijk moet ook het onderwerp aansluiten bij de personen die je ondervraagt. Een slecht voorbeeld is bijvoorbeeld mannen vragen naar het gebruik van maandverband. Je moet dus wel weten wat voor soort mensen je vraagt t.o.v. het onderwerp. Hopelijk draagt het wat bij aan je onderzoek.

Het aantal inwoners van Nederland is 16.696.000 dus 5% daarvan is 834.800 moet je dan enqueteren minimaal om je norm te halen.

Daar zijn statistische berekeningen voor, zie in de bron. Algemeen: Als je onderzoek gaat doen, wil je eigenlijk iets te weten komen over een bepaalde groep; je doelgroep. Omdat het in veel gevallen onmogelijk is om je hele doelgroep te bevragen, zul je een steekproef moeten trekken uit je doelgroep. Het is nu van belang dat de mensen in je steekproef een juiste afspiegeling van je totale doelgroep vormen. Je steekproef is (op een aantal belangrijke kenmerken) ‘representatief’ voor je complete doelgroep. Wanneer je steekproef representatief is dan betekent dit dat op basis van de resultaten van je onderzoek er met een bepaalde zekerheid uitspraken gedaan kunnen worden over de gehele populatie (je complete doelgroep). Met andere woorden: je mag aannemen dat de antwoorden van de personen uit je steekproef ook daadwerkelijk de mening van je doelgroep zijn. Dit bepaalt de betrouwbaarheid van je onderzoek. Wetende wat wordt verstaan onder representatief onderzoek, is het natuurlijk de vraag hoe je ervoor kunt zorgen dat je onderzoek ook daadwerkelijk representatief is. Dit heeft alles te maken met de eigenschappen van de doelgroep. Wanneer alle eigenschappen van je steekproefgroep hetzelfde zijn als die van de totale doelgroep, dan mag je de steekproef representatief noemen. Omdat dit vaak een bijna onmogelijke opgave is, worden er vaak een aantal randvoorwaarden voor de steekproef opgesteld. Een voorbeeld hiervan is een juiste verhouding op een aantal belangrijke demografische kenmerken, zoals geslacht, leeftijd en regio als afspiegeling voor de Nederlandse bevolking. Deze randvoorwaarden kunnen per onderzoek verschillen. Betrouwbaar Dat een onderzoek met een representatieve steekproef ook altijd betrouwbaar is, is helaas een fabeltje. De betrouwbaarheid van je online onderzoek hangt namelijk ook af van de steekproefgrootte. Des te groter de steekproef is, des te betrouwbaarder de resultaten zijn. Wanneer de gehele doelgroep wordt ondervraagd dan heb je natuurlijk een ideale situatie. Helaas is dit in negen van de tien gevallen niet haalbaar. Foutmarge Een steekproef heeft altijd een foutmarge. De foutmarge wil niet meer zeggen dan het percentage dat een verzameld resultaat kan afwijken van de werkelijkheid. In de regel geldt: hoe groter de steekproef, hoe kleiner de foutmarge. Zo ligt bijvoorbeeld de foutmarge bij een steekproef van 500 respondenten rond de 4 procent.

Bronnen:
http://marktonderzoek.punt.nl/?r=1&id=355720
http://weblog.netq.nl/algemeen-online-onde...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100