Gelijk hebben, is dat een democratisch fenomeen?

Ik houd de vraag bewust open. Er kunnen wetenschappelijke en maatschappelijke elementen een rol spelen.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Gelijk hebben niet, gelijk krijgen wel.

Gelijk hebben is een feit welk je kan bewijzen en onderbouwen. Gelijk krijgen is iets heel anders en jammer genoeg heeft de gelijk krijgende niet altijd gelijk. Van huis uit kreeg ik al mee: Gelijk hebben is 1, gelijk krijgen is een ander verhaal.

Gelijk hebben, kan je toetsen aan de bijbelse waarheid. Of het is eigenwijsheid

Je zou denken van niet. Gelijk hebben is meestal iets van een dictatuur, de overheid/partij bepaald. Binnen een democratie is het meestal zo dat de meerderheid gelijk krijgt en niet dat iemand bij voorbaat gelijk heeft.

Gelijk will hebben heeft iets ondemocratisch, want je wilt jouw zin door drijven. Als je echt democratisch wilt handelen luister je ook naar de ideeen van anderen en stel je vaak je eigen standpunt bij. Je zou kunnen zeggen dat de meerderheid dan het gelijk krijgt. Achteraf kan blijken dat dat gelijk toch niet de beste weg was. Dat ligt dan aan informatie die op een eerder moment niet bekend was.

Ja, want als je de meerderheid achter je hebt, dan heb je automatisch gelijk... en is dan meteen de norm...

Gelijk willen hebben is een karaktertrek van de mens. Sommige mensen willen nu eenmaal altijd gelijk hebben en krijgen, ik kan dit niet zozeer koppelen aan democratie en/of maatschappij. En als het al zo is, kun je zeggen dat gezien de democratische vrijheid van meningsuiting, mensen graag een mening hebben en gelijk willen hebben. Maar iemand die opgroeit in een dictatuur wil wellicht graag zijn gelijk hebben, juist omdat hij niet gehoord wordt. Al was het dan alleen maar binnenshuis. Gelijk hebben staat gelijk aan een bevestiging krijgen dat je goed bezig bent. Als je overtuigd bent van je eigen gelijk, heeft elk mens in meer of mindere mate de behoefte dit over te brengen bij een ander.

Gelijk hebben is een gevoel, en er speelt voornamelijk een psychologisch element de hoofdrol. Achteraf merken dat wat jij voorspeld of gedacht hebt is uitgekomen of dat wat jij gezegd had na controle juist blijkt, is een zeer bevredigend gevoel. En had je geen gelijk, dan heb je weer wat geleerd ; ook altijd prettig. De problemen komen pas naar boven in een discussie. Omdat iedereen zijn eigen waarheid heeft - waarheid is nu eenmaal geen vaststaand gegeven - kun je in een discussie die niet over een verifieerbaar feit gaat maar bijvoorbeeld over een voorspelling of een verwachting , een punt bereiken waarbij de gesprekspartners ieder overtuigd zijn van hun eigen gelijk, maar geen middelen hebben omdat gelijk te bewijzen. Ze zullen elkaar dan moeten overtuigen met argumenten. Maar omdat ieder mens een ander wereldbeeld en andere verwachtingen heeft, (en vaak ook gewoon halsstarrigheid) is de tegenstander niet altijd vatbaar voor je argumenten. Nog ergerlijker wordt het als valse statistiek, drogredenen en cliches worden gebruikt om je argumenten van tafel te vegen of de ondermijnen. Einde van het gesprek (nouja, debat bijna) is dat één van de twee het opgeeft. De ander heeft daarmee niet automatisch gelijk, maar zal die victorie in eerste instantie wel zo voelen. Soms blijkt veel later dat de zaken toch anders zijn uitgepakt. Dan krijg je alsnog je gelijk, en ooo, dat smaakt zo zoet. Vandaar : wie het laatst lacht.... Politiek is bij uitstek het terrein waar iedereen zijn eigen gelijk (overtuiging, interpretatie, verwachting, voorkennis) heeft maar die standpunten soms hemelsbreed uit elkaar liggen. Compromissen zoeken wordt dan heel belangrijk, maar het risico is dat de echte waarheid dan blijft liggen.

Nee, pas als er geluisterd wordt heb je iets aan je gelijk. Maar de politici luisteren niet naar de mensen. Ze luisteren alleen naar de partij en de grote leider.