Hoe komt het dat men in PDD-NOS 'groeit'?

Bij klassiek autisme is het al heel snel duidelijk dat een kind 'speciaal' is. Bij PDD-NOS is het echter vaak zo, dat de ouders de handicap al vroeg doorhebben, maar de omgeving dit vaak pas merkt als het kind rond de 8 jaar oud is. Het lijkt dan of zo'n kind steeds autistischer wordt!
Weet iemand hoe dat komt?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het gedrag ontwikkelt zich in interactie met de omgeving. Sociaal gedrag is erg belangrijk voor de mens als sociaal dier, dus op dit soort eigenschappen vindt sterke wisselwerking plaats. Op die manier ontstaat op den duur een zeker evenwicht. Een kleine afwijking in het begin, kan daardoor een grotere afwijking op termijn betekenen. Waarbij afwijking hier bepaalde meetresultaten betekent. Als je het zelfde doet voor andere 'afwijkingen', zoals gebrek aan wiskundig inzicht of gebrek aan muzikaliteit, of gebrek aan het kunnen herkennen van een postzegelverzameling, dan valt dat niet zo op. De sociale interactie is dan lang niet zo sterk. Zelfs in het geval de 'afwijking' heel groot is. Eigenschappen verschillen. Dus als er sprake is van een 'afwijking', zal er ook wel sprake zijn van 'afwijkingen' in andere zin. Positief dus. En het is goed voor het kind om die te leren kennen. PDD-NOS gaat trouwens vanzelf verdwijnen, want deze diagnose verdwijnt binnenkort. Trouwens lees eens over de term 'standaardafwijking', die in de statistiek gebruikt wordt, en waar geen enkel waardeoordeel aan hangt. Gewoon, om een beter idee te hebben van het begrip 'afwijking'. De P in PDD-NOS betekent pervasief, en dat betekent doordringend. Dus jouw waarneming klopt wel.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Standaardafwijking

Naar mijn idee komt dat, omdat rond de basisschoolleeftijd duidelijker wordt, dat de sociale vaardigheden anders zijn ontwikkeld, als bij kinderen zonder ASS. Van kleine kinderen wordt het vaak "gewoon" gevonden, dat ze nog vanalles moeten leren aan gewoontes en gebruiken, dat wordt dus door mensen geaccepteerd. Als kinderen groter worden en dan nog steeds niet in staat zijn de "normale" sociale vaardigheden" onder de knie te hebben, dan gaat het opvallen.

Men groeit er niet in, alle specifieke eigenschappen of gedragingen die onder PDD-NOS te scharen zijn, zijn er al. Maar op een al te jonge leeftijd zijn veel van die gedragingen normaal te noemen. Een peuter heeft bijvoorbeeld een vrij egocentrisch wereldbeeld, hij stelt zichzelf centraal, dat zie je terug in zijn sociale omgangsvormen, veel peuters spelen niet met maar slechts naast andere peuters. Bij kleuters zie je dat er meer sociale interactie is, ze gaan meer spelen met anderen, maar zich echt goed kunnen inleven in een ander moet zich nog verder ontwikkelen. Ook kunnen kleuters vaak oorzaak en gevolg nog niet goed overdenken. Tegen de tijd dat een kind 6+ is zou het zich beter moeten kunnen inleven in een ander, dit gaat stapsgewijs en geleidelijk. Tegen de tijd dat ze 8+ zijn zou je eigenlijk al heel wat sociale vaardigheden kunnen verwachten. Ze zijn dan vaak al compleet ontvankelijk voor wat sociaal wenselijk is en er is sprake van wederkerigheid in hun acties en relaties tot anderen. En dan, dan beginnen kinderen met PDD-NOS pas echt op te vallen. Kinderen met PDD-NOS kunnen star zijn, beperkte interesses hebben, stereotype gedragingen vertonen en blinken meestal niet uit in hun communicatie. Het kind word dus niet steeds autistischer, het zijn zijn leeftijdsgenoten die steeds sociaal vaardiger worden, daar tegen afgezet vallen de PDD-NOS-ers steeds meer op.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100