waarom voelt iets lichter om te tillen wanneer je het dichter bij het lichaam houdt terwijl een spier evenveel kracht moet leveren?

Het gaat om een natuurkunde opdracht die ik wilde uitleggen. Maar ik loop tegen een gedachtenkronkel aan.

De opdracht is dat je arm een hoek van 90 graden maakt. de biceps zit op 2 cm van het draaipunt af (elleboog). Het massamiddelpunt van het gewicht op de handen zit op 30 cm afstand.

De theorie achter kracht x arm (situatie 1) = kracht x arm (2e situatie) snap ik. Als je je arm in een hoek houdt, dat blijft de geleverde spierkracht hetzelfde. Kom ik ook uit.

Maar waar ik even niet uitkom, is waarom het lichter is voor je spieren om het dichter bij je lichaam te houden.

Ik hoop dat ik het hiermee goed uitleg. Het antwoord van deze vraag is hier weergegeven, pag 57, opdracht 48

http://portal.ovo-zaanstad.nl/sites/brc/schoolvakken/natuurkunde/Gedeelde%20documenten/NA_4_havo_uitwerkingenboek.pdf

Weet jij het antwoord?

/2500

Dat komt door de hefboomwerking. En wat je in de vraag stelt klopt dus niet.

Houdt je je arm gestrekt langs je lichaam, dan is er geen hefboom. Het hele gewicht hangt dan aan je arm. Houdt je je bovenarm langs je lichaam en onderarm in een hoek van 90 graden naar voren, dan is de zwaartekracht loodrecht op je onderarm en dus maximaal. Het hele gewicht moet door de spieren worden gedragen. Houdt je je bovenarm langs je lichaam en je onderarm omhoog (gewicht naast je schouder), dan wordt een groot deel van het gewicht opgevangen door je lichaam. Je ondersteunt je eigen onderarm + gewicht. Toegevoegd na 3 minuten: Je vraag klopt niet. "waarom voelt iets lichter om te tillen wanneer je het dichter bij het lichaam houdt terwijl een spier evenveel kracht moet leveren?" De spier moet niet evenveel kracht leveren. Het voelt lichter omdat je spier minder kracht hoeft te leveren. Er is namelijk minder gewicht dat de spier moet tillen, omdat een deel van het gewicht wordt ondersteund door het lichaam. Toegevoegd na 2 uur: Als je onderarm horizontaal is, dan is F2 = Fz = Fn De normaalkracht is gelijk aan de zwaartekracht. Je spier moet voldoende kracht leveren om de normaalkracht te compenseren. Houdt je arm schuin omhoog, dan kun je de zwaartekracht ontbinden in normaalkracht en hellingkracht. De normaalkracht staat loodrecht op je arm, de hellingkracht is de kracht evenwijdig aan je arm. Hoe kleiner de hoek tussen verticale bovenarm en je onderarm, hoe kleiner de normaalkracht. Je hoeft met je spier alleen de normaalkracht te compenseren. Naar mijn idee moet je dus 2 wetten combineren. Wellicht was dat net te veel gevraagd voor de havo-4 opgave.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100