Waarom is het zo dat als je een stok met het gewicht onder hebt moeilijker kan balanceren met het gewicht boven?

Als je een stok hebt met de zware kant onder is het moeilijker om de stok in balans te houden op 1 vinger. Als je het gewicht boven hebt is dit makkelijker, hoezo komt dat? Het lijkt me juist logisch dat wanneer het gewicht onder zit het geheel steviger is, maar blijkbaar niet?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het lijkt logisch om het zwaarste gewicht onder te hebben, maar dat is niet zo. Wanneer je het gewicht boven hebt, dan is ook het zwaartepunt hoger. Als het zwaartepunt dan voorbij je vinger gaat, heb je meer tijd om te corrigeren. Probeer het maar te tekenen met zwaartepunt, dan zie je dat bv. 10 centimeter links-rechts verschuiving meer tijd heeft wanneer het zwaartepunt hoger ligt.

Als je op een draaistoel zit, en dan een metertje van je bureau vandaan, dan kun je gaan ronddraaien. Als je dat eerst doet met de armen en benen uitgestrekt, en dan tijdens het draaien ineens je armen en benen intrekt, dan ga je ineens sneller ronddraaien. Terwijl het weer strekken van je ledematen de draaisnelheid weer vermindert. Dat is een uiting van het behoud van draaiings-energie. Als er veel mensen in een verder lege draaimolen zouden staan, dus de paarden en autootjes zijn eruitgehaald, en ze staan aan de buitenkant en houden zich goed vast terwijl de motor de molen op de normale snelheid laat draaien, dan hebben die mensen allemaal een bepaalde snelheid: hun haren wapperen en zo. Nu zet de kermisbaas de motor af (maar zonder dat hij gaat remmen). De molen blijft nog een flink tijdje doordraaien. Dan geeft hij een luide brul en daarop gaan alle mensen zo dicht mogelijk bij het midden van de draaiende vloer staan. Daar draait het niet zo hard als aan de buitenkant. Dus je zou kunnen verwachten dat hun haren dan ineens bijna niet meer wapperen. Maar dat kan zomaar niet, want dat zou het verdwijnen van bewegingsenergie betekenen. En je kunt in de natuur energie niet zomaar vernietigen of wegmoffelen. Het verplaatsen van de ronddraaiende massa (gewicht) van die mensen naar het midden van de draaiende schijf heeft bij dit proefje tot gevolg dat de schijf nu vanzelf harder gaat draaien (om de haren van de mensen toch nog te laten blijven wapperen). Je kunt dit ook doen op zo’n draaiende schijf in een speeltuin. Eerst breng je de schijf aan het draaien door lopen of “steppen” langs de rand, en als je dan naar het midden van de al draaiende schijf kunt komen, dan gaat-ie harder draaien! Dit is eigenlijk hetzelfde als het sneller gaan draaien van je bureaustoel als je de massa (het gewicht) van je armen en benen naar het midden van de draaiende stoel verplaatst. Nu het balanceren van de bezem op je handen. Als het meeste gewicht vlakbij je hand is, kan de bezem gemakkelijk snel gaan draaien rond je hand, en dat betekent dat de bezem snel opzij kiepert. te snel om je hand zo gauw nog te verplaatsen. Maar als het zware stuk van de bezem bovenaan zit, ver van je hand, dan gaat het “opzij draaiend” vallen veel langzamer, waardoor je de tijd hebt om het te zien gebeuren en om dan je hand met het lichte deel van de bezem weer onder het zwaartepunt van de bezem te brengen, waardoor het vallen ophoudt.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100