Hoe maak je zuur base reactievergelijkingen?

Ik snap de basis, maar hier een paar reacties waarvan ik niet snap hoe ze eraan komen?

-een oplossing van waterstofbromide en ammonia
H3O + NH3 -> H2O + NH4
-Komt de H3O in deze reactie doordat de H van HBr eerst met H2O heeft gereageerd?
-waarom staat er geen H2O bij als het erin is opgelost en de H ermee heeft gereageerd? -als dat zo is..

-waterstofjodideoplossing met natriumoxalaat:
2H + C2O4 -> H2C2O4
hier wordt H geen H30, waarom in die hierboven weer wel?

-kalksteen en een overmaat zoutzur
CaC O 3 (s) + 2 H 3 O + (aq) → C a 2+ (aq) + 3 H 2 O(l) + C O 2 (g)
-ik begrijp niet waarom H3O niet gewoon een H aan base CO3 geeft?

-natriumwaterstofsulfaat in water
HSO4 + H2O -> SO4 + H3O
-er is ook nog Na aanwezig, waarom reageert dit niet met het ontstane SO4?
Ik bedoel dan trouwens een neerslagreactie.

Toegevoegd na 42 minuten:
-koper(II)oxide met 1,0 M zwavelzuuroplossing
(hier neem ik aan dat de H reageert met water tot H30?
CuO(s) + 2 H 3 O + (aq) → C u 2+ (aq) + 3 H 2 O(l)
Ik zie hier niet echt een base zuur reactie in, er wordt niet duidelijk een H van het zuur naar een base gegeven, hoe zit dat?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Volgens mij zit het 'm in die eerste vooral in het feit dat er effectief staat: 'een oplossing van'. Dit wil zeggen dat HBr al volledig is gedissocieerd aangezien het een sterk zuur is en je dus al deze reactie hebt gehad. Maar in feite wordt dit nog vaak als HBr beschouwd, dus HBr + NH3 --> NH4Br was normaal gezien even juist geweest. (dus een beetje afhankelijk welke afspraken er gemaakt worden). Die 2de met waterstofjodide: eigenlijk wordt er alleen een H+ uitgewisseld, in praktijk met water, dus in theorie is enkel H3O+ correct. Maar in praktijk vereenvoudigd men dit soms naar H+. Ook dit is gewoon afhankelijk van de gemaakte afspraken. Kalksteen en overmaat zoutzuur: H3O+ geeft wel gewoon een H+ aan CO3--, dit zijn de deelreacties: CaCO3 --> Ca++ + CO3-- H3O+ + CO3-- --> H2O + HCO3- En nu komt het: omdat er een overmaat aan zoutzuur is kan de H3O+ waar zoutzuur voor gezorgd verder met het gevormde bicarbonaat reageren: H3O+ + HCO3- --> 2 H2O + CO2 Tel dit alles op en je komt uit op: CaCO3 + 2 H3O+ --> Ca++ + 3 H2O + CO2 Natriumsulfaat in water: Je kan dit schrijven op de manier zoals ze door jou gegeven is maar net zo goed als volgt: NaHSO4 + H2O --> H3O+ + Na+ + SO4-- Je komt dus ten eerste al een natrium-ion te kort. En zelfs al zou je dit laten reageren met NaOH om dit probleem op te lossen: NaHSO4 + NaOH --> NaSO4 + H2O mag je hier niet bijschrijven dat het om een neerslag gaat, in werkelijkheid is natriumsulfaat namelijk gewoon in oplossing, dus nog steeds als aparte ionen. Want natriumsulfaat is daar niet slecht genoeg oplosbaar voor. Natrium is een heel sterk ion en ook sulfaat zal bij veel verbindingen niet snel neerslaan omdat het liever in oplossing blijft. In oplossing heeft het namelijk het voordeel dat het zijn 2 'overgebleven' elektronen kan 'verdelen' over 4 zuurstofatomen. Koperoxide met zwavelzuur: Koperoxide reageert met water tot een base en die kan dan weer reageren met het zwavelzuur: CuO + H2O --> Cu(OH)2 Cu(OH)2 --> Cu++ + 2 OH- H2SO4 + 2 H2O --> 2 H3O+ + SO4-- 2 H3O+ + 2 OH- --> 4 H2O allemaal optellen geeft: CuO + H2SO4 --> CuSO4 + H2O

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100