wat zijn de regels bij zuur base reacties?

Hallo

Ik snap de basis van het opstellen van zuur/base reacties. Maar er zijn zoveel uitzonderingen dat ik het alsnog niet altijd goed doe en ik snap de regels van die uitzonderingen niet, wanneer wat geldt.

-Hoe weet je of een zuur/base instabiel is? Welke stoffen zijn dat?
-Hoe weet je of een stof meer dan 1 H kan opnemen of afstaan en dat in een bepaalde situatie ook echt doet?
-Hoe weet je of je te maken hebt met een gehydrateerd metaalion?
-Wanneer is de stof H2O een van de aanwezige stoffen, en wanneer wordt het opgeschreven met de faseaanduiding (aq)?

Verder wordt er steeds gezegd aan welke kant het evenwicht ligt, maar hier is nooit iets over uitgelegd in het boek. Weet iemand ergens een goed overzicht hiervan te vinden?

En nog een specifieke vraag, er wordt ergens deze formule gegeven:
CO2 + 2 H2O <-> HCO3 + H3O
Maar bij zuren en basen gaat het toch alleen om de overdracht van H? Hier wordt volgens mij namelijk ook een O overgedragen, hoe zit dat?

Alvast bedankt!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een instabiel zuur is een zuur dat in water het proton zelf niet afstaat maar 'doet' afstaan zoals bijv. CO2. Ze worden ook wel zuurvormende oxiden genoemd. Zwaveldioxide is een ander voorbeeld. Een stof kan in een bepaalde situatie meerdere protonen opnemen of afstaan als het effectief meerdere protonen bevat of meerdere zure groepen heeft. Voorbeelden zijn zwavelzuur, fosforzuur, oxaalzuur. Het is dus in feite een beetje logica, bij twijfel kijk je naar de structuurformule: kan een proton ergens worden afgestaan of opgenomen? Of dit gebeurt in een bepaalde situatie hangt dan weer af van de zuurconstantes van dit zuur. Zo heeft fosforzuur 3 protonen om af te staan en komt het dus in 4 verschillende vormen voor (met 3, 2, 1 en 0 protonen). A.d.h.v. de zuurconstantes kan je bijvoorbeeld berekenen in welke concentraties deze 4 vormen voorkomen bij een bepaalde pH. Water komt voor als deze overblijft uit de deelreacties. Wanneer je het over zuur-base reacties hebt komt het altijd in de vloeibare fase voor. Je zou ook kunnen zeggen dat water voorkomt als reactieproduct als dit mogelijk is vanuit je reagentia: dus oxonium als het een proton afstaat? Nee, want er moet altijd een anion aanwezig zijn waarmee een sterk zuur bijvoorbeeld dit ion vormt. Hydroxide dan die een proton opneemt? Ja: kijk bijvoorbeeld naar natriumhydroxide ('bevat' het hydroxide-ion) laat dat reageren met zoutzuur en je krijgt natriumchloride en water. Neem je nu een base zonder hydroxide-ion bijvoorbeeld ammoniak en laat je dit reageren met zoutzuur krijg je ammoniumchloride (en geen water). Of zwavelzuur en natriumacetaat vormt natriumsulfaat en azijnzuur (maar geen water). Water bij de reagentia hoort erbij als je je wil beperken tot de reactie van een zuur of base met water en logischerwijze dus ook als je met een instabiel zuur te maken hebt. Naar welke kant een evenwicht ligt hangt af van de zuurconstante van dit evenwicht. Maar je kan het vaak ook afleiden uit de structuurformule. En dan je vraag over CO2, dat is dus een voorbeeld van zo'n instabiel zuur. Wanneer je zegt dat er ook een O wordt overgedragen zie je dat eigenlijk verkeerd. In water 'doet het' een proton afstaan van water en met het overgebleven zuurstof en waterstof atoom vormt het samen bicarbonaat. Het vormt dus een binding met de rest van de watermolecule maar van een echte overdracht is dan niet echt sprake. Het proton van deze watermolecule is de echte zuur/base reactie en wordt afgestaan aan water H3O+.

Zover ik weet worden water en koolstfdioxide onder druk H2CO3 Dit een andere reactie dan zuur base. Daarna pas staat H2CO3 zijn H af. Een gehydrateerd metaalion: Ik denk dat aq gebruikt wordt als water wordt opgelost in een oplosmiddel (dat zal niet vaak voorkomen) aq staat bij stoffen die opgelost zijn in een andere stof dat zal water zijn of een organisch solvent. Wanneer lost een zuur al zijn ionen als het een extreem sterk zuur is. Dat zijn: perchloorzuur, (waterstofperchloraat), HClO4 zwavelzuur, (di-waterstofsulfaat), H2SO4 chloorzuur, (waterstofchloraat), HClO3 waterstofjodide, HI waterstofbromide, HBr zoutzuur, (waterstofchloride), HCl salpeterzuur (waterstofnitraat), HNO3 het Hydronium-ion (ook wel Oxonium), H3O+ H2o is aanwezig wanneer men van een oplossing spreekt (ik veronderstel dat je dat bedoelt.) Jij mist volgens mij een tabel met KZ en KB waardens. Er bestaat een tabel die aangeeft hoe sterk een zuur is. Dan kun je zien hoeveel protonen, H+ is niet meer dan een proton, een zuur afgeeft of een base opneemt. Wat je met instabiel bedoelt in deze context is me onduidelijk . Een gehydrateerd metaalion: je herkent ze als een metaal met daaran water vast Al2(H20)6 bijvoorbeeld aluminium als metaal met 6 watermoleculen er aan vast.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Sterk_zuur
http://www.daanvanalten.nl/scheikunde/tref...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100