Waardoor ontstaat er aan het einde van het lont van een kaars vaak een (of meer) raar glad paddestoelvormig uitstulpseltje?

Niet alle lonten doen dat volgens mij, maar hier een stock-photo met een duidelijk voorbeeld:
http://static2.bigstockphoto.com/thumbs/1/7/1/large2/17174510.jpg
(het gaat me om dat deel dat in die foto roodgloeiend is)
Wat is er met die lontjes gedaan dat dit proces optreedt en wat is het nut ervan? (Of, natuurlijk, wat is er met andere lontjes die dit niet laten zien gedaan en wat is het nut dáárvan?)

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De lont wordt geïmpregneerd om de verbranding ervan tegen te gaan. De gebruikte stoffen(zouten) blijven aan het topje achter als jouw paddenstoel. Onderstaand stukje heb ik gekopieerd, hetgeen niet wil zeggen dat ik het volledig eens ben met de "risicoanalyse". Voor een lagere brandsnelheid en tegen nagloeien wordt er geïmpregneerd met zouten, in kleine hoeveelheden, die ‘verglazen’ rond de lont. Het meest gebruikt worden borax en boorzuur, niet zeer schadelijk, eventueel aangevuld met natriumfosfaat of diammoniumwaterstoffosfaat, iets minder prettige stoffen.

De lont van een kaars is geimpregneerd op een zodanige wijze dat die in de vlam krom trekt. Op die manier heeft de pit kans om te verbranden. Vroeger deden ze die impregnering niet, zodat de lont steeds verder boven het paraffinebad uitkwam, de paraffine opzoog en voor een roetwalm zorgde. Die pit moest je dan regelmatig afknippen (snuiten). Daar had je zelfs speciale gereedschapjes voor. De kaarsensnuiter.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100