Is de elektrische geleidbaarheid van opgeloste zouten afhankelijk van temperatuur?

Ik heb een proef gedaan met een conductometer bij verschillende opgeloste zouten (NaCl-oplossing, NaOH-oplossing en Na2SO4-oplossing). Vervolgens heb ik de temperatuur veranderd van 20 °C naar 100° C (toen ging het natuurlijk koken). Resultaten: Na2SO4 daalde van 19,60 mS naar 17,33 mS en de andere twee oplossingen bleven nagenoeg gelijk. Ik heb dit in duplo uitgevoerd en de tweede keer was dit ook ongeveer dit resultaat. Nu vind ik dit geen logisch resultaat, aangezien de ionen sneller bewegen bij een hogere temperatuur en hierdoor sneller elektriciteit kunnen doorgeven. Heeft iemand een verklaring voor deze resultaten?

Weet jij het antwoord?

/2500

De geleidbaarheid is inderdaad afhankelijk van de tempertuur omdat ifv de temperatuur de oplosbaarheid verschilt. In de laoratoriums wordt de resulteten weergegeven aan 15°C om uniform te zijn.

Ik denk dat het koken zelf een geleidingvermindering veroorzaakt omdat dampbellen de verbinding tussen de elektroden met niet geleidende dampbelletjes vult. Toegevoegd na 14 minuten: De ionisatiegraad zal weinig door de temperatuur beinvloed worden omdat er sprake is van sterke base (NaOH) en zouten van sterke zuurresten (Cl- en SO4 2- en het alkalimetaal Natrium waardoor een (vrijwel) volledige ionisatie te verwachten is. Had je bv Na2CO3 (soda) gebruikt dan krijg je een gedeeltelijke ionisatie van het CO3 2-ion en de vorming van OH-, het Na+ blijft onveranderd geioniseerd in oplossing, zouten van zwakke zuren en edeler metalen kunnen wel goed oplossen maar deels in molecule-vorm verkeren welk evenwicht wel temperatuurgevoelig is. Heb je de temperatuur van je oplossingen ook GEMETEN? Ik verwacht kookpuntverhoging en die is per zout/base anders en is mede afhankelijk van de concentratie, dat wil dan zeggen dat in het ene geval wel belletjes met bovenbeschreven effect ontstaan en bij andere oplossingen bij 100 graden niet. Ga je tot koken van de oplossing over dan kon je je wel eens vergist hebben in de temperatuur, welke dan per oplossing verschillend zal kunnen zijn. Het meten van de temperatuur en het constateren van dampbellen zou dus deel moeten uitmaken van je waarneming, anders heb je met onopgemerkte factoren te maken die dus een onverklaarbaar resultaat veroorzaken, precies het probleem waar je tegenaan loopt.

De geleiding wordt minder bij hogere temperatuur omdat de stroom niets te maken heeft met de (thermische) snelheid van de ionen die in de vloeistof. De ionen dwarrelen willekeurig door elkaar heen met tamelijk hoge snelheid terwijl ze zo nu en dan eens botsen met deeltjes in hun omgeving; ze schieten alle kanten tegelijk uit en zonder elektrisch veld is het transport van lading per saldo natuurlijk nul. Het is als een enorm biljart met heel veel ballen die willekeurig door elkaar heen bewegen. Breng een elektrisch veld aan en de ionen zullen gaan driften. Als in het enorme biljart dat een heel klein beetje scheef staat. Gemiddeld een heel klein beetje sneller in de voorkeursrichting. Bij hoge temperatuur zullen de geladen deeltjes vaker botsen omdat ze meer gehinderd worden door de snellere deeltjes in hun omgeving. De stroom wordt dan meer gehinderd en de geleiding wordt dus lager. Dat zie je ook bij metalen. Het standaard voorbeeld is de I-U karakteristiek van een gloeilamp. Die is niet lineair omdat een lamp geen ohmse weerstand is. Bij hogere spanning neemt de weerstand toe doordat de gloeidraad warmer wordt.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100