Wanneer is een zuur sterk of zwak?

Waterstofchloride is een sterk zuur en azijnzuur is een zwak zuur. Maar waarom?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Sterke zure dissocieren in overmaat in H3O+, zwakke zuren doen dat niet, zoals azijnzuur. Die blijft dan voor een heel groot deel als opgelost CH3COOH in oplossing dus als molecule en NIET als zuur. Wordt echter H3O+ uit de oplossing verbruikt door bijvoorbeeld OH-, DAN VORMT zich uit de aanwezige moleculen opgelost azijnzuur nieuwe H3O+ en CH3COO- Daardoor werkt azijnzuur als buffer, de pH is niet super laag zoals bij zoutzuur maar er is wel zuurvormende stof op reserve. Het is dan ook zeer onjuist om een zwak zuur te zien als niet agressief. Dus waar sterke zuren als zoutzuur, salpeterzuur, zwavelzuur en methaanzuur (mierenzuur) een groot deel van hun moleculen opsplitsen in H3O+ en zuurrest--splitsen, blijven zwakke zuren voor het overgrote deel in moleculaire toestand in oplossing. Een van de sterkste zuren is HF (opgelost in water), het tast zelfs glas aan. Met sterke oplossingen van zwavelzuur heb ik wel eens pH gemeten onder 0, iets waar men in de scheikunde niet zo goed kan omgaan.....

Als een zuur een hoge Ph waarde heeft, bijv 13 is het een sterk zuur, als het een lage Ph waarde heeft bijv 9 is het een zwak zuur. Als hij als Ph waarde 7 heeft is hij neutraal en als hij onder de zeven heeft is het een basische stof.

Toen ik op school scheikunde had was 7 neutraal, maar hoe hoger het getal hoe basischer, en hoe lager hoe zuurder. Cola was iets van 4, de huid 5? 6?, beetje zuur, en gootsteenontstopper scoorde echt 14: zwaar basisch dus.

In neutraal water is één op de 10.000.000 moleculen geïoniseerd, d.w.z. gesplitst in een H+ en een OH- ion. De pH is 7 (7 nullen in het verhoudingsgetal). De ionen willen graag recombineren, en dat doen ze ook want er zijn van beide soorten evenveel. Met de energie die dat oplevert worden weer andere moleculen gesplitst en zo is er een rustig evenwicht. Wanneer er echter meer H+ dan OH- is, dan kunnen niet alle H+ ionen een partner vinden om mee te recombineren. Zo'n stof noemen we zuur. Bijv. azijn dat heeft pH = 3. Dat betekent dat er één H+ ion op de 1000 (3 nullen) watermoleculen is. Er is een tekort aan OH- ionen. De H+ wil graag reageren met een OH- ion om te recombineren en zal die proberen te vinden in andere stoffen waarmee de azijn in aanraking komt. Dan volgt een reactie. In accuzuur is de pH = 1. Dan is er één H+ ion op 10 watermoleculen (1 nul). Logisch dat de reactie dan veel heftiger is. Daarom noemen we accuzuur een sterker zuur dan azijn. Zoutzuur (waterstofchloride) heeft een pH van 0. Er zijn evenveel H+ ionen als watermoleculen, en vrijwel geen OH-. Zoutzuur is dus een van de sterkste zuren die er bestaan.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100