Hoe ''leest'' een CD speler?

Weet jij het antwoord?

/2500

Zoals bij grammofoonplaten worden ook bij optische schijven de gegevens op een spiraalvormig spoor opgenomen. Bij een CD leest de laser de schijf echter van binnenuit (inhoudstafel) naar buiten toe. Wanneer de CD wordt afgespeeld, schijnt een laserstraal op de verschillende ridges en landjes op een membraanlaag met de gegevens. Op de figuur rechts ziet u hoe de grijze gegevenslaag beweegt. Tijdens het afspelen, daalt het aantal omwentelingen van de schijf van 500 naar 200 rmp (omwentelingen per minuut) om een constante leessnelheid aan te houden. De gegevens op de schijf worden door de terugkaatsingen van de laserstraal vanaf een foto-elektrische cel, omgezet in elektrische impulsen (de bitstroom).

Bronnen:
http://www.kopieer-cd.be/technische-inform...

met een laser van 780nM leest de optische kop korte en lange kuiltjes in reflecterend materiaal die uit 16 enen en nullen (gezamenlijk) bestaan, zo een waarde tussen 0 en 65536 binair doorgeeft aan een digitaal/analoogomzetter en dat met een snelheid van 44.1KHz. De spanningswaarde varieert dus ook 44.1Khz en zo kan de CD een toon van de helft van deze waarde (dus 22KHz) als sinus weergeven. Omdat muzieksignalen grillig zijn als je ze op een scoop bekijkt, is deze frequentie en deze nauwkeurigheid als minimum nodig gebleken om vervorming en signaal/ruisverhouding als destijds het beste weer te geven. Dus hij leest met een laser enen en nullen in stukjes van 16 codes en die vertaalt hij naar het oorspronkelijke signaal met een dynamiekomvang van ongeveer 100 dB (tevens signaa/.ruisverhouding.) terwijl een plaat (LP) slechts 30 dB dynamiekomvang kent en de lage tonen gecomprimeerd worden opgenomen volgens de RIAA curve. Ook de analoge radio had 30dB omvang dus destijds werd de CD als een hele verbetering ervaren. Er waren echter stijle filters nodig om signalen die niet binnen het kader passen (maar wel in het systeem opgewekt kunnen worden) er uit te halen. Het "enge " was dat op CD dus geen muziek stond maar slechts de code om het te maken/ te reproduceren terwijl alle andere systemen rechtstreeks muziekdragers waren, of het nu platen waren of tapes. Naar huidige begrippen echter een eenvoudige en achterhaalde methode, nog steeds kan een geoefend luisteraar de bijgeluiden en vervormingen , eigen aan de CD, herkennen. Omdat men in het begin alleen analoge geluidbronnen had waren de eerste CD's vaak AAD (analoof opgenomen , analoog gemixt en bewerkt en dan in 16 bit op de CD gebrand. Tegenwoordig gaat alles DDD waarbij men ook de luidsprekers poogt te digitaliseren en via verschilfrequenties volgens het heterodyne-principe uit heel hoge tonen (ver boven ons gehoor) het geluid in hoorbare frequenties weer te geven, zoals bij het stemmen van een gitaar de onderlinge verschillen in frequentie als een zweving hoorbaar is maar dan veel sneller.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100