Wat zijn atomen en moleculen?

Ik heb morgen een scheikunde toets, maar in het boek staat héél vaag beschreven wat moleculen en atomen zijn. Kan iemand het uitleggen in makkelijke woorden en niet te lang graag?!~

x

Weet jij het antwoord?

/2500

Een molecuul is het kleinste deeltje dat nog de eigenschappen van een stof heeft. Zo bestaat puur water alleen maar uit watermoleculen. In therorie zou je dus een glas puur water kunnen onderverdelen in moleculen (die dus allemaal hetzelfde zijn), maar dat is onbegonnen werk. Moleculen zijn namelijk heel klein. De grootte van moleculen wordt uitgedrukt in nanometer, één nanometer is gelijk aan één miljardste meter. Atomen Moleculen zijn op hun beurt weer onderverdeeld in kleinere deeltjes: atomen. Zo is een watermolecuul opgebouwd uit twee waterstofatomen en een zuurstof atoom. Er zijn ongeveer 100 soorten atomen. Een atoom bevat een bepaald element. Zo heb je het element waterstof dat 'in' een waterstofatoom zit.

Een molecuul is opgebouwd uit atomen. Neem een Lego Bouwwerd als molecuul. Dan zijn de legoblokjes de athomen. Athomen (=legoblokjes) zijn altijd in een vast patroon met elkaar verboden. Toegevoegd na 1 uur: Dus vast patroon is dus rood-groen-blauw-geel-rood-groen-blauw-geel-rood-groen-blauw-geel-rood-groen-blauw-geel-rood-groen-blauw-geel-rood-groen-blauw-geel. Maar ook andere kanten op zoals naar boven, links, rechts beneden enz..

Moleculen zijn hele kleine deeltjes. Alles wat je ziet is opgebouwd uit deze deeltjes. Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. Een bekend molecuul is bijvoorbeeld H2O. Dit molecuul is opgebouwd uit 2 waterstof atomen en 1 zuurstof atoom

Atomen zijn de bouwstenen van moleculen. Misschien hangt in jouw scheikundelokaal een poster met daarop alle voorkomende atomen: H, He, Li, Be, B, K, N, O, F, ...enz Uit die bouwstenen (bijvoorbeeld H = waterstof, O = zuurstof) kan je andere stoffen maken. Zo zijn 2 deeltjes H en 1 deeltje O samen H2O, ook wel Water genoemd. Een molecuul is dus het kleinste deeltje van een stof, waarbij de stof nog steeds die stof is. Dus als je een glas water hebt, zit er water in. Neem je de helft van het water, is het nog steeds water. Halveer je dat, is het weer nog steeds water, enz. Totdat je 1 deeltje water (= 1 molecuul) overhoudt. Kleiner is het geen water meer.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100