Waarom zijn driehoeken zo stevig bij bruggen en andere gebouwen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Omdat ze zelf-stabiel zijn. In een driehoek kunnen de individuele kanten niet draaien ten opzicht van de andere kanten zelfs als de hoeken maar losjes verbinden zijn. Een vierkant kan altijd scheef gaan. Als je daar de hoeken niet heel strak draait, kunnen de kanten ten opzichte van elkaar bewegen. En daarom is de constructie niet sterk.

Omdat driehoeken de kracht van een punt uitbreiden naar een grotere oppervlakte en daardoor werkt er minder kracht op die oppervlakten. Als je nu een vierkant neemt gaan de krachten recht op de onderkant van het vierkant werken dus naar beneden wat meer onstabiliteit veroorzaakt dan bij een driehoek waar de krachten schuin de driehoek verlaten

Bronnen:
http://www.google.be/imgres?q=krachtverdel...

Een vakwerk (bestaat uit driehoeken) is in de bouwkunde en civiele techniek de benaming voor een (meestal stalen) constructie die dient om een ruimte te overspannen. Voorbeelden hiervan zijn vakwerkbruggen en dakstoelen. In de audiovisuele techniek kent men deze veelal aluminium constructie onder de Engelse term truss. Om uitsluitend trek- en drukkrachten en geen buiging op te nemen, grijpt de belasting op het vakwerk alleen aan in de knooppunten, welke voor de berekening worden geacht uitgevoerd te zijn als scharnieren. Voor een vakwerk met m staven en n knopen moet gelden: m = 2 · n - 3 Dit geldt voor een vakwerk opgebouwd uit driehoeken. Driehoeken zijn vormvast en bieden de constructie daardoor stabiliteit.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vakwerk_(ligger)

Als je een hoek van een driehoek wilt wijzigen dan moet je ook de overliggende zijde verkorten of verlengen, of de aanliggende zijdes allebei buigen. De krachten moeten dus groot genoeg zijn om door middel van trek of druk de staaf aan de andere zijde te doen scheuren of verfrommelen, of de staven aan de hoekzijde te buigen. Bij vierhoeken kan een hoek gewijzigd worden en door veranderingen in de andere hoeken kan de vorm wijzigen zonder dat er iets met de samenstellende staven hoeft te gebeuren. In grotere constructies is het verband nog sterker, omdat bij het buigen van een staven aan de hoekzijde een hoekpunt naar binnen wordt getrokken, wat de driehoeken aan de andere kant ook weer moet vervormen. De stevigheid van de constructie hangt dus af van de stevigheid van de staven zelf en hun weerstand tegen trek, buiging en druk.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100