Hoe meet men de halfwaardetijd van langlevende radioactieve isotopen?

De halfwaardetijd van Rubidium-87 zou bijvoorbeeld 46 Ga bedragen, grofweg 3x de leeftijd van het waarneembaar universum. Maar ook bijvoorbeeld uranium-235, halfwaardetijd 704 Ma, vele malen langer dan wij mensen reeds rondlopen.

Kortere halfwaardetijden (als bijvoorbeeld carbon-14, 5.730 jaar) zijn waar te nemen, het verval gaat dan sneller. Maar voor de stabielere isotopen lijkt me dit onpraktisch.

Op wat voor manier worden deze waarden bepaald? Wordt er ergens een grote hoeveelheid van een goedje verzameld om te kijken hoe lang het duurt om te vervallen, of zit er een andere truc achter?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De truc is de vervalproducten te tellen. Rb-87 (Rubidium) vervalt naar Sr-87 (Strontium) onder uitzending van een elektron. Elektronen zijn goed te tellen. Neem een folie waarin 10^20 atomen Rb-87 zitten. Tel gedurende een dag hoeveel elektronen door dat folie worden uitgestraald. Stel dat je 1000 elektronen meet. Dan weet je dat in 1 dag 1 op de 10^17 atomen vervalt. Met deze informatie kun je uitrekenen wat de halfwaardetijd van Rb-87 is. Toegevoegd na 31 seconden: De door mij genoemde getallen zijn pure fantasie. Het gaat om het principe, niet om de getalswaarden.

Bij Rubidium-87 hebben ze dat gemeten met vloeibare scintillatie-technieken met behulp van natuurlijk Rubidium. Dan kom je inderdaad op T1/2=(4,77±0,10)·10^10 jaar uit. (In de elementaire natuurkunde is scintillatie de kenmerkende lichtflits die voorkomt als fluorescente stoffen gebombardeerd worden met een of andere straling. Dit effect wordt gebruikt bij een vorm van stralingsmeter die een scintillatiemeter genoemd wordt)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100