hoe moet ik met een periodiek systeem omgaan?

ik weet dat alle elementen in Cl Br I N H O F bestaan uit 2 atomige moneculen. is dat goed gezegd? Ik snap niet hoe ik het aantal atomen kan berekenen van andere stoffen.. dan moet je iets min iets anders doen en dan kom je daar op? maar ik snap dat niet.. kan iemand het uitleggen met voorbeelden?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Wat wel een goed ezelsbruggetje is : CLaartje Fiets In Haar Onderbroek NAar BRaband

Dit kan je afleiden uit de molecuulformule. De 2 parige atomen gaat over bijvoorbeeld chloorgas, cl2. Bijvoorbeeld het molecuul methaan ch4 heeft 1 koolstof atoom en 4 waterstofatomen. Het perodiek systeem heeft echt alleen met elementen te maken, niet met moleculen. Chloor kom je zo ook bijvoorbeeld tegen in keukenzout (nacl)

Je bedoeld welke atomen nooit alleen voorkomen. Ofniet? Dit Kun je geloof ik niet terug vinden in het periodiek systeem. Wel kun je er een ezelsbruggetje van maken. Mijn leraar gebruikte Mientje CLoddert BRuine Inkt Op Haar Neus. Er staan wat fouten in (kloddert bv.) maar het helpt je wel makkelijker te onthouden welke atomen nooit alleen voorkomen! Je neemt dan gewoon de eerste (2) letter(s) van het woord, en je hebt de afkorting van het molecuul. Ik hoop dat dit een antwoord op je vraag was.

Alleen de niet/metalen kunnen moleculen vormen. Hoeveel bindingen een soort atoom binnen een molecuul kan maken verschilt per groep. (verticaal gezien) De meest rechter groep met o.a. He en Ne kan geen bindingen vormen die tot moleculen leiden. Boven die groep kan je het getal 0 zetten. De tweede groep van rechts (met o.a. F en Cl) kan 1 binding vormen. Links daarvan (met O en S) heb je 2. Dan 3, 4 en weer 3. Dus van rechts naar links 0 1 2 3 4 3. En dan nog helemaal links H, die heeft 1. Houdt in de gaten dat als er onder de verticale groep niet-metalen een metaal staat, deze niet mee doet in het aantal bindingen. Verder moet opgemerkt worden dat er een paar soorten atomen zijn die kunnen variëren. Fe bijvoorbeeld kan zowel 3 als 4 bindingen vormen. Dit wordt vaak aangegeven met een Romeinse (III) of (IV). Kan je hieruit opmaken hoe een molecuul bestaande uit 1 soort deeltje er uitziet? Nee, niet helemaal. Maar het geeft je wel een idee. Als O (zuurstof) het getal 2 heeft kan het dus 2 bindingen vormen. Je zou dus kunnen denken aan O3. En dat bestaat, ozon. Maar O2, normaal zuurstof bestaat ook. Er zit dan een dubbele binding tussen de twee O-atomen. Cl2 bestaat, chloorgas. Cl3 kan niet, omdat chloor maar 1 binding kan maken.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100