Aantal reigers/ mussen en andere vogelsoorten...hoe komt het dat het aantal van de ene soort zo groeit en afneemt

Mijn ouders maakten 30 jaar geleden een 8mm filmpje van een reiger aan de waterkant...deze hadden ze haast nog nooit gezien (hoorde ik later van ze)...en nu zie je ze zowat in de achtertuin. Zelfde geldt voor bijvoorbeeld eksters en rondom Rijswijk zie ik erg veel aalscholvers. Daarentegen zijn de huismussen al heel lang niet meer in onze tuin gesignaleerd. Hoe komt dit...dat de ene soort het zo goed 'doet' en de ander niet?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Iedere vogel heeft zijn eigen, specifieke woon- en nest-omgeving nodig. Daarnaast zijn sommige vogels meer opportunisch en in aanleg geschikt tot aanpassing aan een andere leefomgeving dan anderen. De huismus nestelt graag onder dakpannen, en vindt zijn kostje, behalve op de terrasjes van steden, graag in tuinen. Nu wij onze tuinen steeds meer veranderen in terrassen met potten en prachtige perkjes valt er minder te scharrelen voor ze. Reigers vinden hun kostje juist prima binnen de bewoonde wereld, en weten al heel snel, hoe ze de aandacht op kunnen eisen door op een balkonrand 6-hoog te gaan zitten wachten tot het voer doorkomt, of voorbijgangers bij een snackbar te 'belagen' tot er gedeeld wordt. Parken met een paar bomen zijn er genoeg te vinden in de stad, want reigers broeden in koloniën. Zo hebben stadsmerels, die op hun 'gewone' ochtendtijd niet meer boven de herrie van de spits uit kunnen zingen om hun territorium aan te geven, hun ochtendlied een uur vervroegd ten op zichte van plattelandsmerels. Eksters zijn alleseters, en op onze overvolle wegen is er genoeg vers vlees te vinden. Maar voedertafels zit ook in hun vaste dagelijkse rondje van voedselzoeken, en een hele mezenbol wordt dan in triomf afgevoerd, als ze eenmaal doorhebben, dat je die van spijkers af kunt tillen. Wie zich aanpast, overleeft en neemt zelfs in aantal toe. Wie dat niet kan, wordt zeldzamer : minder van een soort betekent minder partners kunnen vinden, dus minder nestjes met nakomelingen, en zo wordt het cirkeltje steeds kleiner. Soms helpt de mens een handje, zoals met de ooievaars, door nestmogelijkheden te bieden. En soms maakt de mens door zijn leefwijze eeuwenlange ritmes onmogelijk, zoals het feit, dat de mezenjongen nu verhongeren omdat de rupsen door de warmere winters (uitzonderingen daargelaten...;-)) vroeger uit hun coconnen kruipen, en zij dus pas na die explosie van rupsen geboren worden. Zoals alles in de natuur grijpt alles als radertjes in elkaar, en elke verandering van die radertjes heeft gevolgen.

Door heel veel verschillende facturen. Bepaalde soorten vogels werden vroeger sterk bejaagd & vergiftigd omdat mensen vonden dat ze overlast veroorzaken (Zoals bv eksters en rkaaien). Dit leidde ertoe dat bepaalde kleine vogelsoorten minder jaagdruk ondervonden en sterk toe konden nemen. Dat is nu weer omgekeerd: De vroeger bejaagde / vergioftigde vogelsoorten nemen in aantal toe. Tevens worden huizen steeds beter gebouwd, en verdrwijen plekjes om nesten te bouwen. En onze landbouw is zo vereenzijdigd dat er gewoon niet voor alle dieren alle voedselbronnen te vinden zijn.

elk levend wezen leeft het liefste daar, waar de omstandigheden goed zijn. dat geldt voor de mens (die je bijvoorbeeld niet veel in de woestijn of midden in de bergen tegenkomt), maar ook voor alle dieren en vogels. zo zullen reigers daar leven waar er veel mogelijkheid is om prooidieren te vangen en waar ze hun jongen kunnen groot brengen. in Nederland zijn de omstandigheden voor reigers altijd goed geweest. alleen was er in de 60er jaren nog de nasleep van DDT-gebruik in het midden van de vorige eeuw. dat was een verdelgingsmiddel (inmiddels gelukkig verboden) dat ook veel door prooidieren van de reiger werd opgenomen, waardoor ook de reiger in die tijd veel het loodje legde. gelukkig is dat probleem opgelost en doet dit prachtige dier het weer erg goed. omstandigheden veranderen voortdurend. als de hei verdwijnt omdat er teveel bos ontstaat of omdat er teveel wild gras in groeit betekent dat de nekslag voor de (kleine) dieren die alleen in een heidelandschap kunnen leven. als steden en dorpen uitbreiden, zullen (wei)landerijen waar veel (weide)vogels leven, verdwijnen. de mussen kregen het zwaar omdat er steeds meer nest mogelijkheden verdwijnen, die zitten graag onder die ouderwetse holle dakpannen, maar die zie je steeds minder. en als ze niet kunnen nestelen, krijgen ze ook geen jongen en verdwijnen ze op den duur. nu zijn er ook veel dieren die leren om te gaan met nieuwe omstandigheden (in Eindhoven leeft een roofvogelpaar op een torenflat en leeft daar van de stadsduiven), maar iha is het verlies van habitat desastreuzer dan de winst van nieuwe woon- en leefomstandigheden.

Vroeger werden "roofvogels" bejaagd om de vegetarische vogels te beschermen. nu zijn er minder schuilplaatsen voor de kleiner vogels en promoten veel vogelclubs de roofvogels (ook door ze uit te zetten) dit heeft tot gevolg dat de samenstelling van de vogels veranderd. De reiger vist vooral kikkers en jonge eendjes, de laatste jaren zijn er door het schone water veel meer kikkers. De aalscholvers eten hopelijk meer dan alleen paling, want de paling is in de NEderlandse wateren bijna op. Dus hang nest kastjes op om de oude tuinvogels weer terug te krijgen en probeer eksters en kraaien te verjagen want die eten de eieren van deze vogels.

Je ziet veel verschuivingen in biotopen. Voorbeelden: - de merel was vroeger een schuwe bos(rand)vogel, tegenwoordig zie je ze vooral in de stad en eten ze nog steeds regenwormen maar ook brood en kaaskorstjes en dergelijke - de mus nestelde vroeger onder daken en was dus ook een echte stadsvogel, alleen zijn die nestelgelegenheden onder daken vaak onmogelijk gemaakt, daarom zie je ze nu meer aan stadsranden en in landelijkere gebieden - roofvogels werden intensief bejaagd en vergiftigd (nu nog af en toe door idiote boeren), maar veel soorten zijn zich nu aan herstellen, met als vreemd effect dat je nu bij snelwegen veel buizerds ziet (fly in restaurant: wachten tot er een beest wordt doodgereden en eten maar) - reigers hebben ontdekt dat in de stad veel te halen is, er is zelfs een film over gemaakt, zie hier: http://www.schoffiesfilm.nl/ (waarin je ook kunt zien dat een reiger brutaalweg een winkel in stapt om z'n eten te halen ;-)) - halsbandparkieten zijn uit collecties ontsnapt maar blijken zich in grotere stadsparken en in stadsranden prima te handhaven - de opmars van de aalscholver zou ook te maken kunnen hebben met betere waterkwaliteit, waardoor ze ook in stadswater kunnen vissen (zolang er maar een veilige plek in de buurt is waar ze kunnen drogen, hun veren zijn niet waterdicht) - de scholekster zag ik vroeger alleen bij zee, maar de soort heeft ontdekt dat het op grinddaken goed broeden is (zolang er maar wel water in de buurt is) - sommige soorten gaan achteruit omdat er ander weidebeheer is (minder maaien en randen laten staan - de ene soort profiteert ervan, de ander niet omdat eten zoeken moeilijker kan zijn of omdat andere dieren die op die soort jagen zich kunnen verstoppen) Kortom: vogels passen zich aan. Als ergens geen goede nestelplek is, verkassen ze. Als ergens veel te eten is, zullen ze daar graag zitten. Als een soort 'verhuist' en de predatoren die op ze jagen verhuizen (nog) niet mee, dan zul je eerst een uitbarsting van de eerste soort krijgen, waarna die predatoren meestal vanzelf volgen en de populaties elkaar weer in evenwicht houden.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100