Hoe is een bloem tot een bloem geëvolueerd?

Planten hebben geen zintuigen en toch hebben ze aantrekkelijke strategieën ontwikkeld om beestjes en bijen aan te trekken, bijvoorbeeld door middel van bloemen, zoals: Geur, kleur, vorm en honing. Hoe hebben ze dát voor elkaar gekregen? Hoe bepaalt een plant zonder ogen bijvoorbeeld dat paars een goede bijenlokker is?
Ben benieuwd!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Zo te horen ga je uit van de gedachte dat evolutie gericht is. Dat is niet zo. Een eenvoudig voorbeeld: ooit waren de polen warm en ijsvrij. Toen het klimaat kouder werd, ontstond de ijsbeer. Die beer kreeg geen witte vacht omdat de bestaande bruine beren dachten: goh, er is tegenwoordig zoveel sneeuw, ik denk dat het handiger is als mijn jonkies een lichtere vacht krijgen. In plaats daarvan was er een natuurlijke variatie in vachtkleur, die je ook nu nog ziet. In dit geval hadden de beren die stomtoevallig met een lichtere vacht geboren werden, een hogere kans om te overleven en kinderen groot te brengen. In de loop van een paar duizend generaties ontstond zo de witte vacht van de ijsbeer. Ook zonder zintuigen zou dit op precies dezelfde manier zijn gebeurd. Goed, dan naar de platen. Planten kunnen suikers maken - dat moeten ze voor zichzelf. Op een gegeven moment ontstond, door puur toeval, een plant die net wat meer suikers maakte, op een plek die voor insecten goed bereikbaar was. Zonder er ook maar enige weet van te hebben, lokte die plant dus insecten aan. Van alle insectenlokkende planten waren er sommige die, alweer door stom toeval, gekleurde bladeren maakten rond de plek waar ze suiker produceerden. De insecten leerden al snel dat ze op die gekleurde bladeren af moesten gaan - dat scheelde een hoop zoekwerk. Zo waren de insecten die leerden op gekleurde bladeren af te gaan beter af, omdat ze niet zo lang hoefden te zoeken. Zij konden zich beter voortplanten dan andere insecten. De planten die gekleurde bladeren produceerden waren ook beter af, omdat zij meer door insecten werden bezocht dan andere planten. Ook die planten kregen dus meer "jonkies". Via deze mechanismen konden, stapje voor stapje, de opvallende bloemen onstaan die wij nu kennen, en de insecten die specifiek op die bloemen afkomen. (Het complete verhaal is natuurlijk veel ingewikkelder, en daardoor ook veel langer, dus dat zou hier nooit passen. Daarom volsta ik met dit overzicht, zodat je in ieder geval de onderliggende principes kent.)

dat bepaalt de plant niet. Dat bepaalt de bij. Een plant die 'aantrekkelijker' is dan de rest, wordt vaker bezocht dan planten die dat niet zijn. Dus worden de genen van deze plant beter verspreisd in de populatie. Het jaar er op zijn er dus meer planten met deze 'mooiere' bloem. Toegevoegd na 9 minuten: De kleur die de ene of de andeere plant heeft is puur toeval. Neem bv eens de zaadhjes uit een tomaat en plant deze. Vna deze zaadjes gaan er 10 uitgroeien tot een mooie plant met mooie tomaten. 5 komen op als een kronkelig gewrocht dat binnen een paar weken sterft. En 5 zal uitgroegen tot een grote bossige plant die weinig en kleine tomaatjkes geeft Zo is er natuurlijke variatie in een doorgekweekt ras zoals de tomaat te vinden. Door hercombinatie van genen krijg je telken nieuwe varianten. En door 'foutjes' in het copieren van de genen krijg je soms hele bijzondere variaties.

Bloemplanten ( ontstaan uit landplanten) zijn tegenwoordig de meest voorkomende planten op aarde. Dit is niet altijd zo geweest. Bloemplanten zijn relatief laat ontstaan in de evolutie (dat betekent: nog niet zo heel lang geleden). Fossiele planten wijzen erop dat ongeveer 140 miljoen jaar geleden de eerste bloemplanten zijn ontstaan (in het tijdperk dat het Onder Krijt heet). Daarvoor hadden planten voor zover bekend geen bloemen. Landplanten zijn bekend vanaf het Siluur (440-408 miljoen jaar geleden), maar zijn wellicht al eerder ontstaan in het Ordovicium (505-440 miljoen jaar geleden). In het vroeg-Devoon (408-390 miljoen jaar geleden) ontstonden er veel groepen mos-achtigen en in het Carboon (360-330 miljoen jaar geleden) allerlei vaatplanten. In het Jura (208-145 miljoen jaar geleden) en het Krijt (145-65 miljoen jaar geleden) verschenen tenslotte nog de zaadplanten bestaande uit de gymnospermen, ofwel “naaktzadigen” en de angiospermen, ofwel “bedektzadigen”. Totaal ontstonden er in de afgelopen 500 miljoen jaar 11 hoofdgroepen (zie tabel 1). Om de een of andere, nog onbekende, reden ontstonden in de miljoenen jaren die volgden ontzettend veel verschillende soorten bloemplanten (in het Midden Krijt). Na 60-70 miljoen jaar waren de bloemplanten op een zo grote schaal aanwezig dat ze dominant waren over alle andere planten (dit was in het Vroeg Tertiair: het Paleoceen, 65-57 miljoen jaar geleden). Dit ondanks dat ze 300 miljoen jaar later ontstonden dan de eerste landplanten en 220 miljoen jaar later dan de eerste zaadplanten (de eerste gymnospermen). Ze zijn in een relatief korte tijd dus ontzettend geëvolueerd met als gevolg dat je ze in zeer verschillende omgevingen kunt aantreffen. Koud of warm, nat of droog, donker of licht, in al die verschillende omgevingen vind je bloemplanten. Ook kun je ze overal op de aarde ontdekken, van de tropen tot de polen. Er zit voor ons een gat tussen de ontwikkeling van landplanten naar bloemplanten. Waarom er dus ineens planten met bijvoorbeeld paarse bloemen ontstonden weten we nog niet. We hebben dergelijke fossielen nog niet gevonden. In onderstaande links vindt je wat theorieen over deze ontwikkeling. Maar vanaf het moment dat ze er uiteindelijk waren goldt al snel het recht van de sterkste. Een populaire bloem wordt veel bezocht door bestuivers en zal dus vaker bevrucht worden dan een minder populaire bloem.

Bronnen:
http://www.kennislink.nl/publicaties/bloem...
http://www.kennislink.nl/publicaties/de-ev...

Bestuiving en bevruchting worden vaak door elkaar gehaald. Bestuiving kan leiden tot bevruchting maar dat hoeft niet. Na bestuiving moeten de spermacellen uit de stuifmeelkorrel via de stuifmeelbuis naar de eicel gebracht worden en moeten ze met elkaar versmelten. In de lucht zitten zeer veel verschillende stuifmeelkorrels en alleen een specifieke combinatie van stuifmeelkorrel en stempel geeft bevruchting. Dit voorkomt bij kruisbevruchters kruisbevruchting tussen soorten of nauw-verwante planten, zodat deze soort-echt blijven. Er zijn verschillende barrières tegen kruisbevruchting tussen soorten. Deze kunnen door de bouw van de bloem komen, maar er zijn ook genetische barrières. Deze kunnen sporofytisch of gametofytisch van aard zijn. Gametofytisch: de reactie van het stuifmeel hangt af van het genotype van de haploïde kernen van het stuifmeel en het genotype van de moeder, waardoor de stuifmeelbuis al of niet kan uitgroeien. Sporofytisch: de reactie van het stuifmeel hangt niet af van het genotype van de haploïde kernen van het stuifmeel maar van het genotype van de vader en het genotype van de moeder. Eenslachtige bloemen aan aparte vrouwelijke en mannelijke planten geeft doorgaans een zeer goede bescherming. rijpe meeldraden en onrijpe nog gesloten stempel van Geranium macrorrhizumOok tweeslachtige bloemen kunnen zelfbevruchting tegen gaan, doordat het stuifmeel en de stamper niet tegelijk rijp zijn, zoals bij Geranium macrorhizum of doordat de helmhokjes van de meeldraden ver van de stamper verwijderd zijn. Plantensoorten die afhankelijk zijn van bestuiving door insecten of dieren hebben hun bloemen daarop aangepast door felle kleuren, nectarproductie en/of sterk geuren. Bij bestuiving door insecten is vaak sprake van een speciale bloemvorm, waardoor bezoekende insecten gemakkelijk met stuifmeel in aanraking komen. Ook hebben bloemen soms een ingewikkelde bouw waardoor alleen een specifiek insect de bloem kan bestuiven, of lijken de bloemen op het betreffende insect waardoor het insect wil paren en zo de bloem bestuift. Als voorbeeld van bestuiving door dieren is de kolibrie zeer bekend. Door de speciale bouw kan de kolibrie in de lucht stil blijven hangen.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Bloem_(plant)

Alles in de natuur is ontstaan door toeval en natuurlijke selectie. Iedere verandering, hoe klein dan ook, wordt in de natuur getest of het een verbetering is, of dat het niets uit maakt. Is de verandering een verbetering, dan heeft de verbetering een voordeel en zal dan beter overleven dan de orginele soort. De allereerst planten water de lagere planten of wel sporenplanten, gek genoeg zijn er nog steeds planten uit die tijd ( 300.000.000 jaar geleden) die zich totaal niet aangepast hebben en nog steeds sporenplanten zijn, of wel, de plant als zodanig was zo succesvol, dat hij altijd zo gebleven is, maar dus ook zonder bloemen, het zijn nog steeds sporenplanten zoals 300 mijoen jaar geleden. In ons park groeit de schaafstro, deze oeroude plant uit de tijd dat de planten gegonnen te ontstaan, is vrijwel niet veranderd, het is alleen maar een groene stengel, meer niet! Geen blaadjes, geen stengels, geen bloemen, alleen een stengel met daar boven op een soort kwastje waar de sporen uit komen. En sporen is beslist geen zaad! Toch zijn de meeste planten gedurende de evolutie overgegaan van sporen naar bloemen. Er is dus een conclusie, het voldeed beter, niet meer en niet minder. Toen de bloemen er eenmaal waren gingen de kleuren zich ontwikkelen, de kleur die het beste voldeed, bleef, de rest verdween. Tegelijk ontwikkelde de insecten op precies de zelfde manier, ze leerde kleuren zien, de een wel , sommige een beetje, en de andere helemaal niet, wat veel insecten echter wel zien en wij weerniet, is het uitraviolet van het zonlicht, veel bloemen reflekteren dit licht, er zijn zelfs vleesetende planten, die met hun bladeren vlekjes ultraviolet licht weerkaatsen, zodat veel insecten ten onrechte denken met een bloem hebben te maken om daarna in de val te lopen van het blad die een bloem na doet!! Deze planten overleven enkel alleen door deze truuk, immers de planten die het niet hadden zijn al uitgestorven. Zo is het ook lang geleden gegeaan bij het ontstaan van bloemen, ook dit was voor veel planten een berbetering, dus overleef je.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100