Waardoor kan een lens(spier) zich niet afstemmen op slecht (bij/ver) zien?

Als je een object dicht bij of veraf wilt zien focust je lens zich op dat object (wordt boller dacht ik). Toch zijn veel mensen bij of verziend. Waardoor kan die lens zich niet afstemmen op de veranderde bolvorm, waardoor toch weer scherp wordt gezien.

Toegevoegd na 1 uur:
Meer concreet/specifiek bedoel ik bijv. de onderstaande bijziendheid, waarbij de oorzaak ligt in 'een te lang oog of een lichtjes platter oog leidt ertoe dat de afbeelding scherp wordt geprojecteerd vóór het netvlies'. Waardoor kan de accommodatie dit probleem niet oplossen.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bijziendheid

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het basisprobleem is dat de groei van de lens en van de oogbol precies op elkaar afgestemd moeten zijn, terwijl het allebei lokale processen zijn (de ooglens weet niet hoe groot de oogbol wordt en de oogbol weet niet hoe bol de lens is). Het is dus een wonder van natuurlijke selectie dat het redelijk goed bij elkaar past. Voor bijziendheid is ook een samenhang met de milieufactoren, hoewel het probleem meestal erfelijk is schijnen vooral Aziaten een erfelijke aanleg te hebben waarbij bijziendheid zich gemakkelijk ontwikkeld door erg veel werk dichtbij (beeldschermen). Men denkt dat de bijziendheid door milieufactoren komt doordat de permanente stress op het accomodatiesysteem, dat stelsel wat verandert (bijvoorbeeld doordat de spiertjes verkrampen/verkorten).

Die lens wordt boller of holler gemaakt door de spiertjes er omheen. Werken die spiertjes niet goed dan kunnen zij hun werk niet goed doen. Net zoals een elastiekje dat te ver is uitgerekt, zijn werk niet goed meer doet.

Dan kan de spier wel, maar met mate. Dat noemen ze accomodatie (zie bron) Zo moeten jonge kinderen alvorens ze een bril aangemeten krijgen eerst druppeltjes in het oog krijgen waarmee de spier wordt verdoofd zodat je de bolling van de lens kan meten zonder accomodatie.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Accommodatie_(oog)

De lens van een bijziend iemand zal bij volkomen ontspannen spier toch nog te sterk zijn om een scherp beeld van objecten in de verte op het netvlies te vormen. Je kunt de lens alleen sterker maken door te accomoderen, maar minder sterk is niet mogelijk. Bijziendheid wordt gecorrigeerd met een negatieve bril of contactlens. Bij een verziend iemand is de lens eigenlijk te zwak zodat er voortdurend geaccomodeerd moet worden om objecten in de verte scherp te zien. Dit geeft vermoeide ogen en het kan gecorrigeerd worden door een positieve bril of contactlens.

Een lens in rust (dus als er geen spiertjes aan trekken) heeft een bepaalde bolling. Boller dan dat kun je hem niet krijgen; er bestaan namelijk nergens spiertjes die duwen, alleen spiertjes die trekken. Een lens kan dus platter worden dan hij in rust is, maar nooit boller. Om scherp te kunnen zien, moet het licht dat door je pupil valt precies 'focussen' op je netvlies, het 'projectiescherm' achterin je oog. Situatie 1: de lens is en blijft te bol Laten we zeggen dat de lens in rust is (dus zo bol als hij kan zijn) en dat het licht vóór het netvlies 'focust'. Wat je dan onbewust doet, is je lens een beetje platter maken door er met de spiertjes rondom aan te trekken. Maar het kan gebeuren dat de spiertjes maximaal aangetrokken zijn, en dat de lens toch nog te bol blijft. Je zou ook kunnen zeggen: het 'projectiescherm' (het netvlies) staat te ver weg of het oog is te lang (ogen zijn niet helemaal rond). In dat geval blijf je wazig zien, en moet je een extra lens gebruiken (bril, contactlens) om het licht iets minder scherp te buigen waardoor het alsnog precies op je netvlies valt. Die extra lens is dus een holle lens (foto). Situatie 2: de lens is en blijft te plat Laten we zeggen dat de lens in rust is (dus zo bol als hij kan zijn) en dat het licht áchter het netvlies 'focust'. Dan kun je helemaal niks met die spiertjes rond je lens, want je kunt je lens nu eenmaal niet bóller maken dan hij in rust is . Je zou ook kunnen zeggen: het 'projectiescherm' (het netvlies) staat te dichtbij of het oog is te kort. Ook dan blijf je wazig zien, en moet je een extra lens gebruiken (bril, contactlens) om het licht iets scherper te buigen waardoor het alsnog precies op je netvlies valt. Dan is die extra lens dus een bolle lens (foto). Toegevoegd na 2 uur: Sorry: bij INspanning van de spiertjes wordt de lens boller, bij ONTspanning platter... De rest van het verhaal blijft hetzelfde: je kunt een lens niet boller dan bol maken, en ook aan het plat maken is een grens. Daarna moet je corrigeren met lenzen (of laten laseren).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100