Hoe verklaart evolutietheorie dat organisme die eerst in het water leefde opeens op het land konden leven?

Zover ik weet gaat evolutie niet snel daarom lijkt het mij onlogisch dat je opeens een nageslacht krijgt met longen.

Het enige wat ik me kan bedanken is een soort van kikkervisje naar kikker idee.

Alvast bedankt

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Evolutie verklaart niet dat organismen die eerst in het water leefden plotseling op het land leefden. Het is overigens niet zo dat evolutie altijd maar langzaam gaat. Dat is met fruitvliegjes wel aangetoond. In een paar generaties kan de soort veranderen onder voldoende selectiedruk. In het Devoon ontstonden amfibieën uit vissen en er zijn ook overgangsfossielen gevonden. Er is zelfs nog steeds een vis met kieuwen en longen: de longvis. Het proces van vis naar amfibie en andere dieren met longen is een proces dat lang heeft geduurd. En ook bij mensen zie je nog steeds bewijzen dat onze hele verre voorouders een bouwplan hadden waarin kieuwen waren verwerkt. Een van de zenuwen bij het strottenhoofd gaat bijvoorbeeld helemaal om het hart heen en dan weer terug. Bij een Giraffe is dat een enorme omweg. Evolutionair is dat te verklaren als je het bouwplan van de kieuwbogen erbij haalt. Dan zit die zenuw helemaal niet raar. Toegevoegd na 7 minuten: Een heel leuk boek over de evolutietheorie is: Bas Haring en de kern van de evolutie theorie. Bas vat het krachtig samen: De evolutietheorie verklaart niet waarom longen zijn ontstaan en dieren op het land konden leven. Er zat geen bedoeling achter. Ze zijn zo ontstaan. En ze zijn gebleven omdat dieren met deze aanpassing zich konden voortplanten. Toegevoegd na 15 minuten: Tijdens de embryonale ontwikkeling van gewervelde dieren zijn in een vroeg stadium nog steeds veel meer gelijke kenmerken te vinden.

Bronnen:
http://steurh.home.xs4all.nl/Evolutie/evolu30.html
http://www.kennislink.nl/publicaties/lopen...

Er zijn ook nu nog erg veel vissen die zich over het land kunnen bewegen en lucht kunnen gebruiken voor de ademhaling en daar enige tijd overleven (grote modderkruiper, clarias meerval, longvissen). Dat heeft grote voordelen om watertypes (oeverzones) te gebruiken die voor gewone vissen onbereikbaar en gevaarlijk zijn en erg voedselrijk. De ademhalingsorganen van deze vissen zijn nogal gevarieerd: de darm zelf, aangroeisels boven in de kieuwen, en luchtzakken die aansluiten op de darm. De longen zijn in essentie een soort uitstulpsels van de darm, net zoals de maag, de lever, de pancreas, de galblaas, de blinde darm en de zwemblaas. Het ontwikkelen van longen is dus niet echt een enorme evolutionaire stap. De kikkervisjes in je voorbeeld gebruiken overigens ook al heel snel hun longen als ademhalingsorgaan, lang voordat ze de snelle metamorfose tot kikker ondergaan. De vis die onze directe voorouder was leek op een Coelacanthachtige longvis, en had 4 kwastvinnen die al sterk aan poten deden denken. (zie bron) In vroeger tijden was het land nog onbezet met ongewervelden, dus was er nog veel meer terrein te winnen, door de aanpassingen aan het landleven verder door te voeren.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100