Kunnen mensen die genetisch gezien verder uit elkaar liggen, net zo makkelijk samen kinderen krijgen als mensen genetisch dichter bij elkaar liggen?

Is de kans op een (gezond) kind voor bijvoorbeeld een Pygmee en een Zweed even groot als voor twee Pygmeëen of twee Zweden?
Is de kans kleiner omdat deze mensen al zo lang geleden uit elkaar gegaan zijn, of is het simpelweg "het is dezelfde soort dus ze kunnen samen kinderen krijgen en de kans is gewoon hetzelfde"?
Of is de kans op een gezond kind misschien juist groter door de genetische diversiteit?


(Ik heb dit filmpje gekeken:
http://www.bradshawfoundation.com/journey/)

Weet jij het antwoord?

/2500

Alle volkeren kunnen onderling huwen en vruchtbare nakomelingen voortbrengen. Dit toont aan dat de biologische verschillen tussen de ‘rassen’ niet groot zijn. Feitelijk zijn de verschillen in DNA verwaarloosbaar. Het onderlinge verschil in DNA tussen twee mensen die waar dan ook op aarde leven, bedraagt slechts zo’n 0,2%. Hiervan kan maar in 6% een verband gevonden worden met raciale kenmerken; de rest is variatie ‘binnen het ras’. Deze genetische eenheid betekent bijvoorbeeld dat blanke Amerikanen, hoewel ogenschijnlijk ver verwijderd van zwarte Amerikanen qua fenotype (uiterlijke kenmerken), in sommige gevallen een grotere weefselovereenkomst hebben dan zwarte Amerikanen onderling. De oorzaken van variatie in het DNA tussen individuele mensen laten zien dat verschillen gebaseerd op uiterlijke kenmerken te verwaarlozen zijn. Deze genetische gelijkvormigheid betekent, dat bv. een blanke Amerikaan, hoewel ogenschijnlijk uiterlijk verschillend van een zwarte Amerikaan, in uiterlijke voorkomst, even zo goed een weefseldonor voor een zwart persoon kan zijn, als een andere zwarte Amerikaan. Vrijwel alle evolutionisten zijn het er nu over eens dat de verschillende volksgroepen geen afzonderlijke oorsprongen hebben gehad. Dat betekent dat in hun geloofssysteem de groepen niet ieder op zich evolueerden vanuit een verschillende groep dieren. Zij zullen het met creationisten eens zijn dat alle groepen mensen zijn voortgekomen uit dezelfde oorspronkelijke bevolkingsgroep. Wel gaan ze er vanuit zijn dat bijvoorbeeld de Australische Aboriginals en de Chinezen als groepering vele tienduizenden jaren van elkaar gescheiden zijn geweest. Toegevoegd na 2 uur: Er kan ook zelfs een voordeel ontstaan door onderlinge kruising. Het grootste gevaar van een lage diversiteit binnen regio's is dat mensen gevoelig zijn voor dezelfde ziekten. Denk maar aan de indianen tijdens de kolonisatie van Amerika: het merendeel is gestorven aan ziekten als de pest. Ziekten waartegen de meeste Europeanen bestand waren, maar indianen niet. Meer diversiteit binnen de indiaanse populatie had tot gevolg gehad dat er een groter percentage mensen bestand was tegen deze ziekten. Hierdoor zouden deze ziekten niet zoveel slachtoffers hebben kunnen maken. Een echt gevaar voor het voortbestaan van de mens zou ik het niet noemen. Maar meer diversiteit binnen populaties heeft hoe dan ook een positief effect op de overlevingskansen van onze soort.

Bronnen:
http://www.scheppingofevolutie.nl/index.ph...

Nee, het kan wel, maar je kan te maken krijgen met "outbreeding depression". Sommige sets genen werken beter als ze samen blijven (co adaptatie). Je zou ook eerder geboorteproblemen kunnen krijgen bij een pygmee vrouw die te smalle heupen heeft voor een grote half zweedse baby. Een pygmee is geselecteerd voor hoge vruchtbaarheid en een wat kortere levensduur, een Zweed meer op een wat langere termijn. Het zou dus kunnen zijn dat de nakomeling niet zo fit is als elk van de beide ouders (dat is de definitie van outbreeding depression denk ik.).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100