Hoe komt het dat een zwart gat in de ruimte gas uit spuit maar licht er niet van kan ontsnappen?

Een zwart gat waarbij de zwaartekracht zo groot is dat licht niet eens kan ontsnappen toch gas eruit wordt gespuit. Kan dit ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het gas komt niet *uit* het zwarte gat; het komt uit de *omgeving* van het zwarte gat. Wat er gebeurt is dat het zwarte gat materie aanzuigt. Soms hele sterren en planeten, soms gaswolken en interstellaire atomen. Alles wat wordt aangezogen, verzamelt zich in een schijf rond het zwarte gat. Dat is de zogenaamde accretieschijf. De dynamiek van dat rondwervelende gas in die accretieschijf is zodanig, dat er aan de beide polen van het zwarte gat een deel van dat gas met gigantische snelheden naar buiten wordt geschoten. Toegevoegd na 1 minuut:   Dus de meeste materie wordt, na ettelijke rondjes in de accretieschijf, opgeslokt door het zwarte gat. Een klein deel van de materie wordt, na ettelijke rondjes in de accretieschijf, aan de polen weggespuwd. Die materie is dus nooit opgeslokt geweest. Wat jij noemt: dat zelfs licht niet kan ontsnappen, geldt alleen *in* het zwarte gat. Van *net buiten* het zwarte gat kan licht nog wel ontsnappen - en materie dus ook.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Accretieschijf

Niets kan ook uit een zwart gat ontsnappen. Het gas bevindt zich niet IN een zwart gat. Het gas ontsnapt uit de accretie schijf die buiten de event horizon ligt, niet er binnen.

Nee, dat gebeurt dan ook niet. Er treedt wel aan ander verschijnsel op. De Engelse natuurkundige Stephen Hawking toonde in 1974 theoretisch aan dat zwarte gaten langzaam moeten verdampen. Volgens de onzekerheidswetten in de kwantumwereld ontstaan op de waarnemingshorizon (de rand van het zwarte gat zeg maar) voortdurend paren deeltjes en antideeltjes. Normaal slokken deze deeltjes elkaar bijna onmiddellijk weer op (annihilatie) zodat het energie effect weer nul is. Bij een zwart gat gebeurt het echter soms dat een deeltje in het zwarte gat valt en dat het andere ontsnapt in de ruimte. Met andere woorden: er komt straling uit. Dit wordt ook wel ‘Hawkingstraling’ genoemd. De energie hiervoor wordt onttrokken aan het zwarte gat. Dit wordt iets kleiner. Hoe kleiner het zwarte gat hoe sneller dit zal gaan. Na een tijd kan zo een zwart gat helemaal ‘verdampen’.

Stephen Hawking trekt zijn bewering in dat zwarte gaten alles vernietigen dat erin valt. Er kan wel degelijk informatie uit ontsnappen, stelt hij nu. Daarmee lijkt hij de hardnekkige informatieparadox van zwarte gaten te hebben opgelost. Wel verliest hij er een weddenschap mee.

Bronnen:
http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/18339422/

Op de grens van de ontsnappingsnelheid wordt veel energie en gas uitgestoten, een deel valt naar binnen en zien we nooit meer terug , een ander deel , voornamelijk Rontgen- en Gammastraling en deeltjes met een zeer hoge snelheid, gemakshalve gassen genoemd, weet nog net te ontsnappen. Omdat die ontsnappingsnelheid bijna die van het licht is, gaan deze producten met een rotgang zo snel mogelijk van het accerievlak weg en kunnen beams geven die vele lichtjaren nog steeds gebundeld zijn, de divergentie is dan dus gering, dat zal samenhangen met het feit dat de snelheid van de deeltjes in een nauwe tolerantie hetzelfde is en ofschoon niet coherent, er toch weinig extinctie (uitdoving) plaatsvindt. Kijk maar eens naar de zeer illustrerende foto's die CRYOFIEL geplaatst heeft.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100