Hoe meet men doormiddel van roodverschuiving van spectraallijnen de afstand tot een ster ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ha hier ben ik terug. De uitleg , die vrij technisch is zoals ik antwoordde op de vorige vraag komt niet van mezelf ....maar ik heb een uitstekende link voor U gevonden . Daarin ondermeer : Als licht (ook sterrenlicht) door een prisma valt dan wordt dat licht gebroken in allerlei kleuren, van rood tot violet. Er ontstaat een kleurenband, die we ‘spectrum’ noemen. Wat de meesten van ons niet zien, omdat je daar wat verfijnder apparatuur voor nodig hebt (spectrometer) is, dat overal in het spectrum van de zon en de sterren donkere verticale lijntjes optreden, die naar de ontdekker 'Fraunhofer-lijnen' worden genoemd. De kleur is daar helemaal weg. Dat komt omdat dat licht op zijn weg naar ons toe door de sterre/zonne-atmosfeer heen moet. In die atmosfeer zitten bepaalde chemische elementen, die heel bepaalde kleuren absorberen. Elk element heeft zo zijn eigen patroon. En lees verder in de link: Toegevoegd na 3 minuten: Nu ontdekte men bij het bestuderen van het licht van verafstaande sterren, dat die donkere lijntjes niet precies op hun verwachte plaats vallen, maar ietsje meer of minder naar de rode kant van het spectrum verschoven zijn. Dit noemt men ‘roodverschuiving’. De lijntjes hebben een andere golflengte dan verwacht. Roodverschuiving wordt nu uitgedrukt in een getal, dat ontstaat als het verschil van de gemeten en de standaard golflengte wordt gedeeld door de standaard golflengte, dus: z (roodverschuiving) = {λ (gemeten) – λ (standaard)} / λ (standaard), of in formule: z = Δλ/λ. Meestal is dit een positief getal. Voor sommige nabije objecten kan het ook negatief zijn, we spreken in dat geval van een blauwverschuiving. Tussen 1912 en 1922 deden de onderzoekers Vesto Slipher en Francis Pease metingen van de roodverschuiving van 42 sterrenstelsels buiten het onze, in het Lovell observatorium in Flagstaff (USA). In 1923-24 ontdekte Edwin Hubble (1889-1953) met de grote 2,5 meter telescoop van Mount Wilson in Californië dat er Cepheïden in deze sterrenstelsels aanwezig waren, en zo was hij in staat de afstand tot die stelsels vast te stellen.

Bronnen:
http://kiel0.home.xs4all.nl/roodverschuiving.htm

Niet. Aan de hand van rood-/blauwverschuiving kun je alleen de relatieve beweging ten opzichte van het meetpunt bepalen. Spectraallijnen kunnen de relatieve beweging aangeven omdat deze voor een element altijd in dezelfde golflengtes verschijnen. De relatieve beweging zorgt ervoor dat deze golflengten vanuit ons oogpunt verschuiven naar een lagere (rood) of hogere (blauw) frequentie van het elektromagnetisch spectrum, wat voor geluid ook gebeurt (bekend voorbeeld: sirenes van politieauto's die naar je toe rijden klinken hoger dan van politieauto's die van je af rijden). Dit verschijnsel wordt het Dopplereffect genoemd. Hoe afstanden gemeten worden, heb ik uitgebreid uitgelegd als antwoord in de onderstaande vraag. In het geval van ver liggende sterrenstelsels zou je aan de hand van de roodverschuiving en Hubble's wet kunnen aangeven wat de afstand van het sterrenstelsel zou moeten zijn, maar dit is slechts een indirecte bepaling die bij voorkeur nog geverifiëerd zou moeten worden op een van de manieren die ik in het antwoord op die andere vraag noem.

Bronnen:
http://www.goeievraag.nl/vraag/bepaald-ste...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100