Wanneer een grote ster nog normaal brandt kan het licht gewoon weg. Nadat ze tot een zwart gat is vervallen kan het licht niet meer weg. Hoe kan dat ?

De ster is als zwart gat welliswaar veel compacter geworden, maar we spreken nog steeds over dezelfde massa. (Of zelfs over nog minder massa omdat tijdens de super-nova veel materiaal wordt afgestoten.)
Omdat het dezelfde massa is kan de aantrekkingskracht toch niet plotseling enorm zijn toegenomen ?!
Toch kan licht plotseling niet meer ontsnappen en worden andere sterren schijnbaar met grote kracht opgeslokt. Waarom traden die verschijnselen niet op toen het zwarte gat nog gewoon een ster was ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het licht kan niet uit een zwart gat ontsnappen doordat de ontsnappingssnelheid groter is dan de lichtsnelheid. Dat komt door de sterke zwaartekracht. De vraag wordt dan: hoe kan het dat de zwaartekracht zoveel groter wordt? Om dit te snappen, kijken we eerst eens naar een punt dat buiten het oppervlak van de ster zit. We vergeten voor het gemak de sterrewind en het massaverlies door de supernova-explosie die straks zal gebeuren. Op zo'n punt, dus buiten de ster, heerst een bepaalde zwaartekracht. De sterkte daarvan hangt alleen af van de massa van de ster. Ook als de ster krimpt (zonder massaverlies), blijft de zwaartekracht hetzelfde. Zelfs als de ster de ultieme inkrimping ondergaat en een zwart gat wordt, blijft de zwaartekracht gelijk - althans, op datzelfde punt op afstand X van het midden van de ster (of: van het midden van het zwarte gat). Ter vergelijking: de maan draait om de aarde. Als de aarde ineens een zwart gat zou worden (een heel klein zwart gaatje, met een doorsnede van anderhalve centimeter of zo), dan zou de zwaartekracht van dat zwarte gaatje ter plekke van de maan hetzelfde blijven. De maan zou dus gewoon op precies dezelfde manier rond de aarde (nu zwart gat) blijven draaien. Ook het Internationale Ruimtestation met André Kuipers erin zou gewoon in precies dezelfde baan blijven als nu. Goed, dat was een punt *buiten* de ster. Nu nemen we een punt *binnen* de ster, maar nog wel buiten de plek die straks bij het zwarte gat zal horen. Zolang de ster er nog is, wordt de zwaartekracht in dat punt alleen bepaald door de stermassa die dichter bij het midden zit dan het punt waar we kijken. De massa van de bolschil (of: "holle ster") die verder weg zit van het midden dan ons punt, telt niet mee voor de zwaartekracht. (Dit betekent dus, dat de zwaartekracht langzaam afneemt wanneer je vanaf het steroppervlak naar het midden gaat. In het midden van de ster is de zwaartekracht daarom nul.) Goed, op dit moment is op dat punt de zwaartekracht lager dan aan het oppervlak. Maar na de instorting tot zwart gat zal de zwaartekracht op dat punt dus ineens veel hoger zijn, want dan bevindt zich *alle* massa dichter bij het middelpunt dan het punt dat we nu bekijken. (laatste stukje uitleg staat in reactie, past hier niet meer)

Let op: ik ben een liefhebber maar een leek op dit gebied. Dat komt omdat de resten van de supernova imploderen. Dat is dus het omgekeerde van een explosie [naar buiten ontploffen]. Op de eerste bron link hieronder staat het begrijpelijk[er] beschreven. Succes, het is een uitermate spannende materie ;)

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Implosie
http://staff.science.uva.nl/~dcslob/lesbri...

Ik weet dat juist de zwaartekracht zo enorm toeneemt, volgens mij was dar omdat het idd een stuk compacter voorwerp word en daardoor de zwaartekracht zo er toeneemd dat zelfs licht niet meer kan ontsnappen

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100