Heeft iemand informatie over de 'oorzaken' van de laatste 'kleine ijstijd' (15'ee-19'de eeuw) ?

Over de grote glaciale periodes is vrij veel geschreven.
Over de 'kleine ijstijden' vind ik nauwelijks iets dat wetenschappelijk plausibel lijkt.

Toegevoegd na 19 minuten:
Er waren minder zonnevlekken ...maar ik zou dan denken ...eerder hogere temperaturen.

Weet jij het antwoord?

/2500

In de meest recente geschiedenis, van ongeveer 1400 tot ongeveer 1800, na de warme middeleeuwse periode, was er een daling in de gemiddelde temperatuur op Aarde. Dit wordt de kleine ijstijd genoemd. De kou van winters was groter en duurde langer, de warmte van de zomers nam af en duurde korter. De gletsjers over de hele wereld groeiden. De Alpen lagen vol sneeuw. Het lijkt er sterk op dat dit geen eenmalig verschijnsel is. Uit o.a. metingen in 2004 in de Groenlandse ijskap is vastgesteld dat na de laatste ijstijd (glaciaal) er verschillende kortere perioden van klimaatsverschillen zijn vast te stellen. De kleine ijstijd zou een verschijnsel zijn dat zich regelmatig herhaalt na ongeveer 1470 tot 1480 jaar. Dit zijn de zogenaamde Dansgaard-Oeschger cycli. Ook de glacialen hebben een periodiciteit, veelal veroorzaakt door de Milankovitch-parameters. Een van deze periodes duurt 100.000 jaar. Het geologisch tijdvak waarin wij leven, is het Holoceen genoemd. Dit is eigenlijk te beschouwen als de laatste interglaciaal: een (geologisch gezien) vrij korte, warme periode van ongeveer 10.000 jaar tussen twee ijstijden (glacialen) in. Zo'n 11.000 jaar geleden eindigde het laatste glaciaal. Veel water was toen als sneeuw en ijs op de poolkappen en in gletsjers gebonden. De zeespiegel was 120 meter lager, de kustlijn van de Noordzee bevond zich enkele honderden kilometers noordwaarts en het deel tussen noord-Nederland en Groot-Brittannië lag boven water. Mammoeten en andere dieren trokken over deze drooggevallen vlakte. Er waren ook menselijke nederzettingen. De oorzaken en de periodiciteit van de glacialen lijken te zijn een combinatie en interferentie van de effecten van de ellipticiteit van de aardbaan, de excentriciteit van de aardbaan en de precessie van de aardas. Daardoor wordt soms meer en soms minder zonne-energie ingevangen. Bovendien is er een versterkend effect: als er veel ijs is wordt meer zonlicht de ruimte in gereflecteerd door het "wit" van het ijs, waardoor het kouder wordt en er weer meer ijs ontstaat. Omgekeerd ook, als eenmaal het ijs gemiddeld over een aantal jaren vermindert dan wordt er meer zonnestraling geabsorbeerd door de 'groene' Aarde en wordt het weer warmer. Daardoor smelten de gletsjers en de sneeuw weer sneller. Ten gevolge daarvan varieert het albedo van de Aarde.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Klimaatverandering

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100