Maakt het voor kinderen uit met welke kleur je nakijkt? (Rood, groen)
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.
Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.
Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
Op deze pagina vind je alle vragen over Wetenschap. Specifieke vragen over aardrijkskunde, astronomie, biologie, filosofie, natuur- en scheikunde, psychologie, sociale wetenschap, techniek en wiskunde vind je in één van de subcategorieën.
De opgave in het boek luit als volgt;
Los de volgende ongelijkheid op:
Log(2x-1)/log(1/2)>log(4-x)/log(1/2)
Ik begrijp dat er een assemtoot op x=4 en op x=1/2
Maar hoe weet ik nu hoe deze grafieken lopen, en welke ongelijkheid nu geldt?
Bij het kosmologisch principe wordt gesteld dat het heelal isotroop is. Isotroop betekent dat het heelal er voor een waarnemer in elke richting hetzelfde uitziet. Dat blijkt dan voornamelijk uit de kosmische achtergrondstraling.
Maar de uitdijing van het heelal blijkt ten eerste veel sneller te gaan. Is dat dan juist niet een teken van anisotropie? Immers de sterrenstelsel liggen dan toch steeds verder uit elkaar. Bovendien is het toch vreemd dat de achtergrondstraling isotroop is maar de sterrenstelsels door de snellere uitdijing dan niet, hoe kan dat?
Bovendien, geldt de isotropie alleen voor het waarneembare heelal of wordt veronderstelt dat het gehele heelal isotroop is?
Stel ik plaats een pannetje water op het gasfornuis. Van onder af begint het warmer te worden en van lieverlee is de warmte ook bovenin. Maar is aan te geven hoe dat gebeurt? Ik vermoed dat de geschikte termen daar convectie (verplaatsing van moleculen zelf) en conductie (doorgeven van beweging). Kun je dan bijv. zeggen dat in beginsel de opwarming gebeurt door conductie en daarna steeds meer van convectie of juist net andersom of is het steeds in gelijke verhouding of...?
En zou dat proces heel anders verlopen als je dat doet met bijv. melk of kwik of ...?
GoeieVraag.nl is onderdeel van Kompas Publishing