Wanneer gebruik je de imperfait en wanneer de passé composé?

o-o

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Imparfait: Je mag de imparfait, de onvoltooid verleden tijd, op drie manieren gebruiken. De eerste is als je wilt beschrijven wat er in het verleden gebeurde. Voorbeeld: het was een mooie dag, de vogeltjes floten en de zon scheen. Ook gebruik je het voor een handeling die in het verleden die vaak herhaald werd. Voorbeeld: elke week zong ik een liedje in de klas. De derde mogelijkheid is voor iets dat nog bezig was, terwijl er al iets anders gebeurde. Voorbeeld: toen ik klein was, speelde ik met autootjes. Passé composé: Je gebruikt de passé composé om een of meerdere gebeurtenissen uit het verleden te beschrijven die al afgelopen zijn. Denk aan: ik heb gegeten, of ik heb gefietst. Zo, en nu voortaan zelf je huiswerk maken! :P

Passé composé: Ik heb bezocht - J'ai visité Imperfait: Hij woonde - il habitait De imperfait is de verleden tijd en de passé composé is de voltooid tegenwoordige tijd

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100