hoe zat het nou met dat delend lidwoord?

Frans??

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

HET DELEND LIDWOORD Vormen: du de la de l’ des Gebruik: Het delend lidwoord gebruik je om een onbepaalde hoeveelheid aan te geven; in het Nederlands gebruik je in deze gevallen geen lidwoord. Vb.: Ik eet aardappelen – Je mange des pommes de terre Wij hebben geld – Nous avons de l’argent Hij koopt sla - Il achète de la salade Het delend lidwoord wordt vervangen door de/d’ * na een ontkenning Vb.: Hij heeft geen geld – Il n’a pas d’argent Zij eet geen kersen – Elle ne mange pas de cerises Wij hebben niet gefietst – Nous n’avons pas fait de vélo * na een hoeveelheidswoord Vb.: Hij heeft veel geld – Il a beaucoup d’argent Zij eet een kilo kersen – Elle mange un kilo de cerises Ik heb een pond aardappelen gekocht – J’ai acheté une livre de pommes de terre Hij neemt een glas water – Il prend un verre d’eau Wij hebben een fles wijn – Nous avons une bouteille de vin Let op: na een telwoord krijg je nooit een lidwoord Vb.: Zij eet drie kersen – Elle mange trois cerises Let op: na een vorm van être blijft het delend lidwoord staan Vb.: Het is geen koffie maar thee – Ce n’est pas du café, c’est du thé Let op: na aimer, adorer, préférer en détester krijg je altijd een bepaald lidwoord, ook in een ontkenning Vb.: Ik ben dol op voetbal – J’adore le foorball Ik heb een hekel aan hockey – Je déteste le hockey Ìk hou niet van kersen – Je n’aime pas les cerises

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100