Waarom stoppen de Nederlandse schaatsers al met schaatsen voor de laatste streep?

Veel andere schaatsers schaatsen wel door tot na de streep. Zelf is het mij ook altijd geleerd om pas na de streep of na het 1e honk te stoppen met sprinten. Het gaat immers om honderdste van seconden. Waarom steken ze alleen hun voet uit?

Weet jij het antwoord?

/2500

Zie http://static.isu.org/media/177903/2014-special-regulations-and-technical-rules-speed-skating-and-short-track-speed-skating-final-version.pdf (weet niet zeker of dit de laatste versie is maar deze regel is dacht ik al langer van kracht): Regel 260 (blz 67) , punt 1: "A Competitor has completed a distance when the front tip of the blade of the first arriving skate has touched or reached the finishing line after the prescribed number of laps. ..." (Natuurlijk zijn er weer uitzonderingen maar daar gaat het hier verder niet om) Kortom, in normale situaties wordt je exacte eindtijd bepaald door het moment waarop het voorste puntje van je voorste schaats over de finishlijn gaat. Blijkbaar levert je voet uitsteken dus net iets betere tijden op, dan op volle kracht door blijven sprinten, en maar hopen dat je daardoor nog wat honderdsten pakt, omdat je voet dan misschien niet naar voren staat.

Het lijkt alsof schaatsers vaak al voor de finish stoppen met schaatsen, terwijl ze nog een slag kunnen maken. De schaatsers gaan er vanuit dat het maken van een extra slag kort voor de finish geen tijdwinst oplevert. In het verleden zag je ze hun ijzers naar voren schoppen in een ultieme poging tijdwinst te pakken, maar dat is sinds 2010 verboden. De schopbeweging maakte het moeilijk voor de tijdregistratie om het passeren van de finish te registreren. En het was gevaarlijk voor de schaatsers, die ten val dreigden te komen. Nu kunnen schaatsers alleen nog hun schaats over het ijs naar voren schuiven. De vraag is hoe ze dat het snelst kunnen doen. Het mysterie van het uitglijden kan worden ontrafeld aan de hand van drie zaken: de tijdwaarneming, de schaatshouding en de weerstand. - De tijdwaarneming: die is sinds de Tweede Wereldoorlog automatisch. In Sotsji verzorgt horlogebouwer Omega de tijdwaarneming. Daarbij wordt gebruik gemaakt van lichtgevoelige cellen. Twee cellen zijn op verschillende hoogtes geplaatst om het passeren van een schaats bij de finishlijn waar te nemen. Zodra dat gebeurt, stopt de tijd. Het is dus zaak de punt van de schaats zo snel mogelijk over de finish te krijgen. - Om optimaal af te kunnen zetten moeten schaatsers in de schaatshouding, diep door de knieën. Daardoor komt het zwaartepunt van de schaatser net iets voor de ijzers te liggen. De schaatser leunt dus in feite naar voren, waardoor de schaats waarop het gewicht niet staat alleen zijwaarts en naar achter kan bewegen. Dat is tijdens de wedstrijd geen probleem - want een schaatsbeweging is zijwaarts, waarna het been van achteren bijgehaald wordt. Maar om bij de finish de schaats naar voren te bewegen moet een schaatser omhoog komen en zijn rug rechten. Zo verschuift het zwaartepunt naar achter en kan een schaats naar voren worden geschoven. Doordat de schaatser omhoog komt, ontstaat de optische illusie dat de schaatser stopt met bewegen en opgeeft. Maar dit is noodzakelijk, omdat de schaatser anders onderuit kan gaan. - Normaal gesproken moeten schaatsers blijven bewegen om de weerstand, een combinatie van luchtweerstand en wrijvingskracht van het ijs, te overwinnen. Maar in de allerlaatste meters is het praktisch onmogelijk te versnellen. Op het laatste rechte eind hebben ze al een hoge snelheid, een laatste slag voert de snelheid niet verder op in de laatste meters. Sterker nog, die kan zelfs tijdverlies geven omdat de schaats opzij in plaats van naar voren gaat.

Bronnen:
http://www.nrc.nl/next/2014/02/11/laatstse...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100