Is de slang in het paradijs die de apel aan Eva gaf mannelijk of vrouwelijk?

Weet jij het antwoord?

/2500

vaak wordt veronderstelt dat deze mannelijk is verwijzend naar satan, die ook mannelijk wordt geacht.

Volgens de (katholieke) Willibrordvertaling-1978 vrouwelijk. Genesis 3,1: "Van alle dieren, die Jahwe God gemaakt had, was er geen zo sluw als de slang. Ze zei tot de vrouw: "(...)" Toegevoegd na 1 minuut: Merkwaardig is dan echter, dat in de laatste zin van de bijbehorende voetnoot staat: "hij is de voorloper van de duivel". Toegevoegd na 5 minuten: Ook de oeroude (protestantse) Statenvertaling spreekt van "zij": "De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?" Toegevoegd na 14 minuten: De katholieke Petrus Canisius-vertaling (1967) spreekt ook 1van "zij": "De slang was het sluwste van alle dieren in het wild, die Jahweh God had gemaakt. Zij sprak tot de vrouw (...)" In de voetnoot wordt vermeld dat de slang in dit verband optreedt als de vertegenwoordiger en het werktuig van de duivel. Wat 'dus van de slang gezegd wordt, moet op den duivel worden toegepast'.

Diernamen (hond, kat, muis, olifant, slang) worden in Nederlands over het algemeen als mannelijk beschouwd, zelfs als het van oorsprong vrouwelijke woorden betreft. Wanneer de taalgebruiker zich duidelijk bewust is van het vrouwelijke geslacht van het dier of dat expliciet wil aangeven, wordt doorgaans wel met vrouwelijke voornaamwoorden verwezen. - In de Nieuwe Bijbelvertaling wordt de slang alleen als het dier vermeld. - Maar de Willibrordvertaling schrijft in Genesis 3 vers 1a: Ze zei tegen de vrouw. - Ook in de Statenvertaling staat: "en zij zeide tot de vrouw". - En dat staat tevens in de vertaling uit 1969 van het Nederlands Bijbelgenootschap. Hieruit valt te concluderen dat de slang in het verhaal vrouwelijk zal zijn geweest. Maar de vraag is of in de tijd dat het geschreven werd al de kennis aanwezig was om dat onderscheid te kunnen maken. Dat kun je kennelijk aan de aanhechting van de staart zien, want daar hebben mannetjes een verdikking zitten. Je moet het vrouwelijk zijn van de slang waarschijnlijk (net als het gehele verhaal) symbolisch opvatten.

Bronnen:
http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/10...

Het geslacht van de slang is in de bijbel niet specifiek omschreven. In de bijbel wordt er in 4 zinnen over de slang gesproken. Nergens staat of die mannelijk of vrouwelijk is. Of het als "hij" of " zij" wordt benoemd, hangt af van de vertaling. De oudste nederlandse bijbelvertaling is de Delftse bijbelvertaling uit 1477. Daarin wordt gesproken van een ( onzijdig ) serpent : ----[1]MEr dat serpent was scalker dan die dieren der aerden alle: die die here god ghemaect had. Ende het seide tot den wiue. Waer om heuet v god geboden dat gi niet en sout eten van alle dat hout des paradijs? [2]Dat wijf antwoerden den serpent. Wij eten vanden vruchten der houten die inden paradise sijn: [3]mer god heeft ons gheboden dat wi niet en eten vanden vruchte des houts dat in midden den paradise is. ende dat wi niet ghenaken en souden: dat wi machschien niet en steruen. [4]Ende dat serpent seide tot den wiue. Gi en sult den doot niet steruen. [5]Want god weet in soe wat daghe gi daer of eten sult. so sullen uwe oghen ondaen werden: Ende gi sult wesen als gode wetende guet ende quaet. [6]Dus sach dat wijf dat dat hout guet was te eten. ende schoen den oghen. ende ghenoechlic van ansien: ende si nam van sijnre vrucht ende ats; ende si gaf haeren man. Ende hi ats. [ ---

Bronnen:
http://www.bijbelsdigitaal.nl/view/?bible=...