In Johannes 18 vind een gesprek plaats tussen Jezus en Pilatus. Wie kon deze woorden gehoord hebben?

Het is wellicht een van de meest boeiende en beladen gesprekken die ooit zijn gevoerd: Jezus vs Pontius Pilatus. De vraag is echter... wie kan dit hebben opgetekend aangezien er niemand in de buurt was om dit gesprek te horen. Iedereen stond immers buiten! Ditzelfde gegeven kunnen we vinden bij het hogepriesterlijk gebed van Jezus. Wie kan deze woorden hebben gehoord? Immers... iedereen die het had kunnen weten sliep! Wie weet hier een gefundeerd antwoord op?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Net als bij andere verhalen wordt dit dus ingevuld door de verteller. Religieuze boeken zijn geen wetenschap of geschiedenis, het zijn vertellingen met een boodschap. Het gaat om de boodschap, niet om historische juistheid.

Op zich lijkt het me niet onwaarschijnlijk, dat een aanzienlijke Romein als Pontius Pilates altijd wel een persoonlijke assistent (slaaf) bij zich had die dit heeft onthouden/opgetekend, maar die in effect als een "niemand" werd gezien (te onbelangrijk). In het romeinse rijk waren _overal_ slaven voor. Dan kan je je echter nog steeds de vraag stellen hoe die woorden dan bij de optekenaar van het Johannes-evangelie terecht zijn gekomen. Via 'officiele' weg zal dat vast niet gebeurd zijn, dan zou die slaaf later al contact gehad moeten hebben met de eerste navolgers van Jezus. Of Jezus zelf heeft hier na zijn opstanding over verteld, natuurlijk. Bovenstaande gaat allemaal uit van de gedachte dat het Evangelie van Johannes alles daadwerkelijk zo weergeeft als het ook gebeurd is. Als je die aanname loslaat, lijkt me de meest aannemelijke verklaring, dat dit verhaal erbij bedacht is door de schrijver van het Johannes-Evangelie (of iemand voor hem) , om het lijdensverhaal 'mooier en dieper' te maken. Toegevoegd na 57 minuten: euh, typo : "Pilatus", natuurlijk, niet de fitness-oefening die ik typte :)

Het middel of werktuig waardoor de inspiratie van „de gehele Schrift” tot stand is gekomen, is Gods heilige geest of zijn werkzame kracht. Deze heilige geest werd ten aanzien van mannen werkzaam om hen ertoe aan te zetten Gods boodschap op schrift te stellen en hen erbij te leiden. Daarom zegt de apostel Petrus over bijbelse profetieën: „Dit weet gij in de eerste plaats, dat geen profetie der Schrift door enige eigen uitlegging ontstaat. Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd” (2Pe 1:20, 21). Net zoals Jehovah’s geest mannen ertoe aanzette of bekwaam maakte om zich van andere goddelijke toewijzingen te kwijten — bijvoorbeeld het vervaardigen van priesterklederen en benodigdheden voor de tabernakel (Ex 28:3; 35:30-35), het dragen van bestuursverantwoordelijkheid (De 34:9), of het aanvoeren van strijdkrachten (Re 3:9, 10; 6:33, 34) — zo heeft deze geest ook mannen in staat gesteld de bijbel te schrijven. Door middel van die geest kon hun wijsheid, verstand, kennis, raad en kracht die datgene wat normaal was te boven ging, worden gegeven in precies de mate waarin zij die nodig hadden (Jes 11:2; Mi 3:8; 1Kor 12:7, 8). Dit waarborgde de waarheidsgetrouwheid en de nauwkeurigheid van hun evangelieverslagen, met inbegrip van een groot aantal lange citaten uit Jezus’ toespraken, ook al werd bijvoorbeeld het Evangelie van Johannes tientallen jaren na Jezus’ dood opgetekend.Door „de hand van Jehovah” geleid. De bijbelschrijvers bevonden zich derhalve onder Jehovah’s „hand”, of leidende en besturende kracht.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100