Waarom zeggen we 'un' maar schrijven we een...?

En als we '1' willen schrijven moeten er leestekens op omdat 'een' al bezet is voor 'un'...

Weet jij het antwoord?

/2500

Meestal spreken we het woordje 'een' ook uit als 'één'. "Hij was een van de eersten", "zij was een van de besten", "ik ben een en al oor", "de een zegt dit, de andere dat", " ik heb er al een gehad"...enz. Als dit woordje echter als lidwoord gebruikt wordt (de, het en een) zijn we geneigd het als 'un' uit te spreken. "een (un) seconde later", "hij is een (un) leugenaar", "heb je een moment"...enz. Je voelt gevoelsmatig al aan in een zin hoe je het woordje 'een' dus al uitspreekt. Alleen als het woordje 'een' daadwerkelijk het getal één betekent, dan zetten we er accenten op. "Eén op de vijf is te dik", "wij wonen met zijn allen onder één dak", "Je hebt maar één kans", "ze praatte aan één stuk door"enz. Toegevoegd na 5 uur: De spreektaal wordt vaak nooit precies zo uitgesproken als er geschreven staat . Zo zal bijv. in woorden als 'duidelijk', natuurlijk'enz. de 'ij' ook als 'uh' uitgesproken worden en niet als een duidelijke 'ij'.

Dat is -net als alle spellingregels- een kwestie van afspraak. Zo zeggen we onbeklemtoond ook "ut" terwijl we "het" schrijven. En we schrijven "hij" terwijl we (als dit woord achter het werkwoord staat en niet beklemtoond is) "ie" zeggen. Bij "de" schrijven we deze "stomme e", net als bij "het" ook met 1 "e". Maar bij "een" kunnen we diezelfde stomme e-klank van "de" niet met 1 "e" spellen, want dat zou leiden tot de foute uitspraak "en".

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100