Hoe vind je het WG, LV, MV, BWB?

Hoi :D!
Ik zit nu op mavo, en wil graag na havo/vwo klas. Daarvoor moet k toetsen maken, van nederlands vn grammatica en spelling van havo/vwo.. Probleem; k kan geen grammatica.. Dus kweet niet hoe je t werkwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, en bijwoordelijke bepaling moet vinden. Weet iemand t? :D (Wel duidelijk zijn ajb :$)

Toegevoegd na 52 seconden:
En meervoud (vergeten erbij te zetten)

Weet jij het antwoord?

/2500

WG zijn alle werkwoorden in een zin. Dit is alleen wanneer het belangrijkste werkwoord in een zin NIET zijn, worden, blijven, blijken, lijken of schijnen of een vervoeging daarvan is. Je vind het LV door de vraag te stellen: Wie/Wat + gezegde + Onderwerp? Wat daar uitkomt, is het LV. MV door de vraag: Aan wie/voor wie + gezegde + O? Komt daar een fatsoenlijk antwoord uit, dan is dat het MV. Er is alleen een MV in een zin met een WG.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100