Wat betekent fancy (engels)?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Hip, modern. Het woord fancy kan ook gebruikt worden om te vragen of je iets wil hebben. Do you fancy a bite of haggis? Het kan ook gebruikt worden om te vragen of iemand zich iets kan voorstellen. Can you fancy that! Toegevoegd na 1 minuut: Als je het bent over een "fancy dress party" Dan gaat het over een feest waar je verkleed naar toe gaat. Toegevoegd na 1 minuut: bent is hebt Toegevoegd na 3 minuten: .... en dan zijn we er nog niet. Het kan ook nog betekenen: lekker vinden of willen hebben. A bit of what you fancy. Toegevoegd na 9 minuten: Kijk ook maar eens op Wiktionary. (bron)

Bronnen:
http://en.wiktionary.org/wiki/fancy

Verbeelding, inbeelding.

Fancy kan in het Engels een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord zijn. Als werkwoord betekent het vaak 'zich voorstellen' of 'zin hebben in': - Can you fancy that? - Kun je je dat voorstellen? - Do you fancy a beer? - Lust je een biertje? Als bijvoeglijk naamwoord betekent het vaak 'chic': - A fancy party - een chic feest Als zelfstandig naamwoord betekent het vaak 'voorkeur' maar ook 'verbeelding': - I have a fancy for ... - Ik heb een voorliefde voor ... - the power of fancy - de kracht der verbeelding

Als zelfstandig naamwoord kan fancy verschillende dingen betekenen: - verbeelding - gril, bevlieging: I had a fancy to learn to play the flute. - voorliefde, iets of iemand leuk vinden: He took a fancy to her. - sport of hobby van een groep mensen: Trainspotting is the fancy of a special lot. - aanhanger, fan, liefhebber: He fell out of favor with the boxing fancy after the incident. Als bijvoeglijk naamwoord betekent het: - mooi, leuk, decoratief: This is a fancy shawl. - chic, van hoge kwaliteit, superieur: This bottle contains some fancy grade of whine. - vakkundig, vaardig: He won the set with a fancy ace. - onnodig ingewikkeld: I'm not keen on him and his fancy ideas. Het werkwoord to fancy heeft de volgende betekenissen: - jaloers zijn op, met afgunst bekijken: I fancy your new car, but I like my old one just fine. - willen hebben / doen, zin hebben in: I fancy a burger tonight for dinner. Do you fancy going to town this weekend? - zich seksueel aangetrokken voelen tot: I fancy that girl over there. - zich inbeelden / indenken of voorstellen: I fancy you'll want something to drink after your long journey

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100