Geldt Artikel 41 lid 1 Wetboek van Strafrecht, ook bij minderjarigen?

Artikel 41 lid 1 Wetboek van Strafrecht:
“Niet strafbaar is hij, die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed, tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.”

Geldt dit ook als bijvoorbeeld een tiener je auto aan het slopen is of als een tiener je ramen aan het kapot gooien is met stenen? Dus: Zijn er uitzonderingen van deze wet als het gaat om kinderen of tieners?

Weet jij het antwoord?

/2500

In het kort: Het Artikel 41 lid 1 Wetboek van Strafrecht (Sr) gaat om noodweer, niet om vernielingen die gepleegd worden door een andere partij. Voor hen geldt artikel 350 Wetboek van Strafrecht: het misdrijf vernieling, vandalisme. Als het gaat om jongeren van 12 tot 18 jaar is het jeugdstrafrecht van toepassing. Wat uitgebreider: Bij noodweer als bedoeld in artikel 41 Sr gaat het om een noodzakelijke verdediging, om de bescherming van zichzelf, maar ook om de bescherming van anderen of van goederen. Als goederen worden vernield en de enige mogelijkheid is om deze te beschermen, gebeurt dat door een aanval op het lichaam van de dader en de vraag is hoe ver men daar in mag gaan. Er mag zeker geen wanverhouding ontstaan tussen doel en middel. Ook geldt nog de eis dat je geen eigen schuld mag hebben aan de aanval die noodweer noodzakelijk maakt. Je mag niet zelf de confrontatie zijn aangegaan en daardoor eigen schuld hebben aan de levensbedreigende aanval. De aanval mag niet zijn uitgelokt door uw provocaties. Vernielen van auto’s of stenen door een ruit gooien valt onder vandalisme. Degenen die zich schuldig maken aan vandalisme hebben niet de opzet personen naar het leven te staan maar willen alleen spullen moedwillig vernielen. Voorbeelden van vandalisme zijn bv de spiegels van auto’s aftrappen en stenen door ruiten gooien. Art 41 Sr om de hoek komt kijken en noodweer gebruikt moet worden om nog te redden wat er te redden valt, zowel eigen lijf als goederen, is de situatie behoorlijk uit de hand gelopen. Dat gebeurt zelden bij op heterdaad betrappen van jeugdigen die zich schuldig maken aan vandalisme, in tegenstelling tot het betrappen van inbrekers in je slaapkamer. Over wel of niet bellen van 112 zijn veel misvattingen, alléén als men de vandalen op heterdaad betrapt, dus niet wanneer men vermoedt dat het gaat gebeuren, kan dit direct gemeld worden via nummer 112. Constateert men niet op heterdaad, dan dient melding gedaan te worden via 0900-8844, eventueel gevolgd door een aangifte. Als de dader nog geen of 14jaar is, dient de schade vergoed te worden door de aansprakelijkheidsverzekering van de ouders. Als de minderjarige dader ouder is dan 14jaar, zullen de ouders de schade zelf moeten vergoeden. Zijn de daders onbekend, dan is dat een heel vervelende zaak voor de eigenaar, die draait dan zelf voor de schade op.

Toegevoegd op 04 juni 2019 15:23: bron
Bronnen:
https://appelman.nl/woordenboek/strafrecht...
https://01-strafrecht-advocaat.nl/noodweer...

"Geldt Artikel 41 lid 1 Wetboek van Strafrecht, ook bij minderjarigen?" Ja, dat geldt net zo goed voor minderjarigen, er is immers geen uitzondering op die wet aangaande leeftijd/minderjarigheid. "Zijn er uitzonderingen van deze wet als het gaat om kinderen of tieners?" Nee. Niet als je enkel leeftijd als factor neemt. Het geweld waarmee jij je verdedigt moet altijd in verhouding zijn, of het nu een kind of volwassene is, dat maakt in principe niet uit. https://01-strafrecht-advocaat.nl/vereisten-noodweer/ In dit geval gelden de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. a) Eis van proportionaliteit Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat u evenredig handelt ten opzichte van de aanranding. Krijgt u een klap, dan mag u er geen vijf teruggeven. U mag ook niet meteen zo hard slaan, dat die ander daarvoor zwaar lichamelijk letsel oploopt. U mag enkel zodanig geweld toepassen als dat nodig is om uzelf te verdedigen tegen de aanranding. b) Eis van subsidiariteit Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat u moet kiezen voor het minst ingrijpende (minst strafbare) alternatief om uw doel (het ontkomen aan de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding) te bereiken. In de praktijk zien we dat het op dit onderdeel het vaakst fout gaat. De wetgever verlangt hier eigenlijk van u dat u vlucht, wanneer u kunt vluchten. Het is dus niet zo dat u altijd mag terugslaan wanneer u zelf wordt geslagen. In de meeste gevallen mag u dat juist niet en moet u wegrennen. Alleen als dat niet kan, mag u zich verdedigen. === "Geldt dit ook als bijvoorbeeld een tiener je auto aan het slopen is of als een tiener je ramen aan het kapot gooien is met stenen?" Ja, of de vandaal nu een tiener is, of een volwassene dat maakt niet uit, maar zoals je al bij B kon lezen is er weinig tot geen uitleg verdedigbaar waarbij je in zo'n geval "noodzakelijkheid van verdediging" kan beargumenteren. Dat is echter net zo het geval als de vandaal volwassen is. Makkelijker is dus een geval waarbij je 41 lid 1 als verweer gebruikt wordt waarbij je fysiek aangevallen werd door een jongere. Je mag dan dus proportioneel geweld gebruiken om die aanval af te slaan als je niet ander kon. Ook al ben jij meerderjarig en de aanvaller minderjarig.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100