Wat betekent hetzelfde feit in art. 68 Sr en het feit in art. 55 Sr? 

De Hoge Raad geeft in art. 68 Sr aan het woord ‘hetzelfde feit’ een andere betekenis dan aan het woord ‘het feit’ in art. 55 Sr. Emmense bromfietser arrest

Weet jij het antwoord?

/2500

Dit is wat de Hoge Raad hierover stelt in het arrest: gelet op de verwantschap in de gedragingen die in beide bepalingen zijn strafbaar gesteld, beide daarin strafbaar gestelde feiten kunnen worden begaan onder omstandigheden waaruit blijkt van een zodanig verband met betrekking tot de gelijktijdigheid van de gedragingen en den wezenlijken samenhang in het handelen en in den schuld van den dader, dat de strekking van art. 68 Sr. medebrengt dat degene te wiens aanzien terzake van overtreding van een der beide bepalingen onherroepelijk is beslist als in dit artikel bedoeld, niet andermaal kan worden vervolgd ter zake van overtreding van de andere bepalingen. Ofwel: wanneer uit de omstandigheden van het geval blijkt dat er sprake was van gelijktijdigheid van de gedragingen en dat een wezenlijke samenhang in het handelen van de dader, dan kan er gesproken worden van hetzelfde feit als in artikel 68 Sr. Toegevoegd na 7 minuten: En zie de bijbehorende noot: "Het begrip ‘feit in de zin van art. 68 Sr.’ is nog altijd een onopgelost probleem. Wellicht is het niet oplosbaar in de op dit moment gangbare vraagstelling. Onze wet en onze rechtspraak gaan uit van een feit-begrip, dat hetzelfde zou zijn in art. 55 en in art. 68 Sr. Daarbij liggen aan art. 68 Sr. verschillende gedachten ten grondslag, zowel het ‘ne bis in idem’ (het strafrechtelijk beginsel dat dubbele bestraffing wil voorkomen) als het ‘nemo debet bis vexari’ (het strafprocesrechtelijk beginsel, dat dubbele vervolging ontoelaatbaar acht). Denkbaar is, dat gegeven deze situatie een bevredigend antwoord op de vraag naar het feit-begrip niet mogelijk is. Men kan, indien het gaat over eenzelfde materiële handeling, onderscheid maken naar de aard van het onrecht, dat door die handeling wordt verwerkelijkt. Indien er twee normen geschonden zijn, die elkaar niet geheel of gedeeltelijk overlappen, is er aanleiding te spreken van twee feiten. Er is in zodanig geval sprake van meerdaadse samenloop. Er is, wat de strafoplegging betreft, geen aanleiding van dubbele bestraffing, van bis in idem, te spreken. Toch zou er reden kunnen zijn om bezwaar te maken tegen twee vervolgingen achter elkaar (hoewel dus twee vervolgingen tegelijkertijd begrijpelijk en toelaatbaar zouden zijn). Verg. hierover arr. HR 4 juni 1957, 480, en 26 aug. 1960, 485, beide met noot." Ik kan in het arrest niet vinden dat de Hoge Raad refereert naar artikel 55 Sr.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100