Kan wegens niet ter goede trouw de boedelverdeling een afwijkende regel plaatrsvinden?.

Kan wegens niet ter goede trouw(geen zuivere motieven hebben) de boedelverdeling voor beide partners die recht hebben op de helft, een afwijkende regel plaatsvinden wegens uitzonderlijke omstandigheden.
Is bovenstaande van toepassing op Bw 3 titel 7 afdeling 2 artikel 189 lid 1, en Bw 3 artikel 3:11 en ik ben op zoek naar juridische uitspraken hierover.

Toegevoegd na 3 dagen:
Ik was gehuwd met een persoon die mij vreselijk voor heeft gelogen. Direct vanaf het begin en waar ik pas na de scheiding ben achtergekomen. Nu wil hij ondanks zijn leugens, mishandelijngen de helft van mijn ouderlijke woning en zaak. Ik was gehuwd in gemeenschap omdat hij geen verblijfsvergunning had en zeer spoedig het land moest verlaten. Ik was te goede trouw hij ter kwade trouw. Kan er een uitzondering op de regel worden gemaakt om hem niet de helft te hoeven geven, zie bovenstaande artikelen nummers van het Bw.

Weet jij het antwoord?

/2500

http://wetten.overheid.nl/BWBR0005291/Boek3/Titel7/Afdeling2/Artikel189/geldigheidsdatum_27-11-2014 Artikel 189 De bepalingen van deze titel gelden niet voor een huwelijksgemeenschap, gemeenschap van een geregistreerd partnerschap, maatschap, vennootschap of rederij, zolang zij niet ontbonden zijn, noch voor de gemeenschap van een in appartementsrechten gesplitst gebouw, zolang de splitsing niet is opgeheven. http://wetten.overheid.nl/BWBR0005291/Boek3/Titel1/Afdeling1/Artikel3/geldigheidsdatum_30-11-2014 Artikel 3 1. Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. 2. Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn. http://wetten.overheid.nl/BWBR0005291/Boek3/Titel1/Afdeling1/Artikel11/geldigheidsdatum_30-11-2014 Artikel 11 Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien hij de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Onmogelijkheid van onderzoek belet niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen. Dit zijn o.a. de artikelen die u bedoelt. Voor het opzoeken van eventuele door u bedoelde jurisprudentie moet men gespecialiseerd zijn in het Vermogensrecht. Zelfs dan is het bijzonder moeilijk om te beoordelen of de uitspraken ook maar enige betrekking hebben op uw zaak. De kwestie die u voorlegt is zo persoonlijk en zo complex dat het onmogelijk is hierop zonder ook maar enige kennis van de zaak een antwoord te geven. Zelfs geen algemeen antwoord.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100