Hoe ontstaat laaggeletterdheid?

Weet jij het antwoord?

/2500

Kan meerdere oorzaken hebben. Een van de oorzaken is dat je het niet goed geleerd hebt. Dingen die je niet goed kunt, doe je niet graag, en dan gaat het nog slechter als je het moet doen, en je hebt nog minder zin, dus je doet het nog minder. \ik herinner me van mijn lagere schooltijd een klasgenootje die al enkele keren was blijven zitten. En op den duur maar beziggehouden werd met andere dingen. Bij nader inzien had zij naar speciaal onderwijs gemoeten, maar ja dat was er zo'n 55 jaar geleden nog niet zoveel, en zeker niet in de plaats waar ik woonde. Dus die kwam wel op school maar leerde niet echt iets daar. Ik weet dat ze daarna naar de huishoudschool ging, maar ben bang dat ze die niet afgemaakt heeft omdat ze halfweg ergens al niet meer schoolplichtig was, en is gaan werken. Ik denk niet dat die later nog een boek of krant gelezen heeft, en zo het weinige wat ze geleerd heeft vergeten is

Een taalachterstand kan al heel vroeg ontstaan; al snel na de geboorte begint een baby met luisteren, enkele maanden later start het eerste brabbelen. Meestal praten ouders veel tegen hun baby - érg belangrijk! Zodra de eerste woordjes vorm krijgen, moet het kind worden gecorrigeerd door de ouders. Dat is natuurlijk lastiger in een taalarm gezin of in een gezin waar de ouders niet de gangbare taal spreken. Daar kan al een eerste taalachterstand ontstaan. Vaak ook wordt lezen thuis te weinig gestimuleerd en daarbij lezen kinderen over het algemeen minder dan vroeger. Laaggeletterdheid ontstaat door verschillende omstandigheden. Mensen met algemene leer- en gedragsproblemen, zoals concentratiestoornissen en een tekort aan discipline, lopen een groter risico, net als mensen met dyslexie of een taalachterstand. Maar dat risico bestaat ook bij mensen die zijn opgegroeid in een omgeving zonder boeken, kranten of tijdschriften, mensen die uit een problematisch gezin komen of als kind te weinig aandacht en begeleiding op school hebben gekregen of te weinig naar school zijn geweest door ziekte, een lichamelijke handicap hebben, spijbelen, voortijdig school verlaten of een reizend bestaan leiden (bijvoorbeeld schipperskinderen of woonwagenbewoners).

Bronnen:
http://www.julietteeichholtz.nl/wp-content...