Wat wordt er bedoeldt met Hoofsheid in de tijd van de middeleeuwen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Hoofsheid is een begrip dat in de late middeleeuwen erg belangrijk was aan de hoven van de vorsten, je hoorde je aan de aanbevolen gedragswijze houden. Deze gedragswijze werd bepaald door de normen en waarden die in die tijd golden. Er waren regels voor tafelmanieren, correcte kleding, conversatie, omgang met anderen en zelfs voor de manier van vechten. Hoofsheid is wat we nu 'beleefd' zouden noemen. Een hoveling of ridder moest een ander altijd hoofs behandelen, op een nette manier dus. Hoofsheid was een ideaal dat nagestreefd moest worden. Het belangrijkste doel van deze regels was ruzies en andere moeilijkheden voorkomen en de gevoelens van anderen te ontzien. Een van die regels was 'mate', daarmee wordt zelfbeheersing bedoeld. Er mocht niet geroddeld worden of opgeschept over bijvoorbeeld liefdes die speelden. In de schrijfkunst had je hoofse en voorhoofse ridderromans; Voorhoofse ridderromans, karelromans, gaat over moed en felle strijdlust van edele ridders je als voorbeeld moesten staan. Ze werden gepresenteerd als waar gebeurd. Het gaat vooral over trouw aan de leenheer, bruut geweld en grof taalgebruik, ook de rol die de vrouw speelde was ondergeschikt. Hoofse ridderromans, Arthurromans, zijn totaal anders; mild, romantisch en schetsen een geïdealiseerd beeld van het 12e eeuwse hofleverancier. De hoofse ridder viert zijn lichaamskracht bot op vijanden en draken maar is hulpvaardig voor zwakken, kameraadschappelijk tegenover zijn vrienden en vereert adellijke dames. Er is een gedroomde, sprookjesachtige, gefantaseerde wereld geschetst. Ook stond de queeste centraal; een zoektocht. Misschien heb je hier wat aan :-)

Goede manieren moet je leren. Meestal gaat dat mondeling, maar er worden ook al eeuwenlang boeken geschreven met regels over hoe men zich moet gedragen. De oudste Nederlandse etiquetteboekjes werden rond 1200 geschreven. De hoofse cultuur ontwikkelde zich vanaf de twaalfde eeuw als systeem van gecultiveerde omgangsvormen. In de twaalfde eeuw namen in West-Europa zowel bevolking als welvaart flink in omvang toe. Een van de gevolgen hiervan was dat de bovenlaag van de bevolking, de adel, meer tijd had om zich met de aangename zaken van het leven bezig te houden. Tijdens de kruistochten raaktten velen onder de indruk van de Arabische cultuur, waar de kunst van het levensgenieten veel verder ontwikkeld was dan in Europa. Vanaf die tijd begon zich, het eerst aan de Franse hoven, een 'hoofse' [= van het hof] cultuur te ontwikkelen. Ons woord ‘hoffelijk’ is daarvan afgeleid. Deze hoofsheid, begonnen als gecultiveerde omgangsvormen binnen de adellijke elite, werd al snel de norm in bredere lagen van de middeleeuwse samenleving: je behoorde je medemens met respectvolle gemanierdheid tegemoet te treden, je laat de ander in zijn waarde en plaatst deze niet voor onaangename verrassingen. Je bent wellevend, galant en je beheerst je driften en impulsen, kortom: je bent hoofs.

Bronnen:
http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/mi...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100