Soms is er voor een bepaald "iets" niet één woord maar wordt een samenstelling gebruikt. Welke ken jij?

Ik zal dit toelichten met een voorbeeld.
Bijvoorbeeld het woord "katoen"
Dit noemen ze in duitsland "baumwolle" oftewel boomwol.
Heimwee is in het engels homesick.
Welke ken jij? Mogen ook niet nederlandstalige voorbeelden zijn.

Gezien de huidige drie antwoorden ben ik niet goed in mijn vraagstelling. Ik kan het denk ik alleen verduidelijken met nog meer voorbeelden (maar die weet ik niet zoveel vandaar mijn vraag ;-) ) ff denken

links is het begrip met één woord rechts met 2

scheel - crosseye
blizzard - sneeuw storm

Als ik er nog meer weet vul ik het wel aan.

Nog een aanvulling: het idee is dat er dus ook 1 woord voor is wat het omschrijft.

Weet jij het antwoord?

/2500

Dat zijn er te veel om op te noemen of ik moet je verkeerd begrijpen: gloeilamp, balpen, zaklantaren, toiletpot, badkuip etc. etc.

Heimwee is een minder goed voorbeeld, want het is ook een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden, namelijk heim (huis/thuis) en wee (pijn/verlangen). Een samenstelling ontstaat vaak wanneer twee zelfstandige naamwoorden bij elkaar horen, terwijl ze los van elkaar een verschillende betekenis hebben. Een voorbeeld? Een geitenwollensokkenman is iemand die een beetje alternatief is en de betekenis is overdrachtelijk. Een geitenwollensokken man is een man die bestaat uit geitenwollensokken (en dus eigenlijk geen man is). De betekenis is hier dus letterlijk.

Ìk vind de chillste die ik tot nu toe ben tegengekomen in het Nederlands toch wel 'tweedegeneratiemoslimvrouwen'. In de zin hierboven is 'Nederlands' overigens ook een samenstelling. Toegevoegd op 29-04-2009 15:49:53 Okay, nu ik je extra informatie lees: Koelkast - Fridge Noot: Fridge is een afkorting van refridgerator, waarbij je -re- als prefix en dus het woord als samenstelling op zou kunnen vatten. Verder valt mij op dat het zowel in de reacties van Pikkebaas als deze respons gaat over huishoudelijke instrumentaria, walvis daargelaten.

Broom; Bezemsteel, whale; walvis....zoiets?

Zoiets? pocket = broekzak gazon = grasveld Volgens mij zit je wel altijd met twee woorden uit twee verschillende talen. Ik denk nog na over een voorbeeld binnen een taalgebied. Of mag dit ook? kroet (limburgs dialect = appelstroop