Wat is de grootste valkuil bij woorden als worden?

Het valt me op dat er veel vragen zijn over de spelling van de verschillende vormen van woorden als 'worden' en 'bedoelen'. Ikzelf heb de regels nu wel redelijk onder de knie, maar ik ben benieuwd wat bij mensen de grootste valkuilen zijn. Vaak zie je vormen als hij bedoeld, terwijl bij woorden als werken en lopen het (bijna) nooit verkeerd loopt. Wat vinden jullie het lastigst?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De grootste valkuil tref je aan bij werkwoorden die beginnen met ge- (of be-, over ver-). Een voltooid deelwoord krijgt namelijk vaak ge- als voorvoegsel. Bijvoorbeeld: roeren - geroerd. Zo kun je duidelijk zien dat geroerd het voltooid deelwoord is. Omdat de "r" niet in het kofschip zit eindigt geroerd altijd op een d. Laten we nu kijken naar "gebeuren". Vanwege de ge ervoor wordt vaak ten onrechte gedacht dat gebeur(t/d) het voltooid deelwoord is en dus (vanwege de "r" die niet in het kofschip voorkomt) op een d moet eindigen. Zinnen waarin "gebeurt" wat meer achteraan in de zin voorkomt versterkt deze valkuil (omdat voltooid deelwoorden meestal achteraan in de zin voorkomen): "Je moet er voor zorgen dat het in de toekomst zeker niet meer gebeurt." In deze zin is "gebeurt" geen voltooid deelwoord, maar de persoonsvorm. Het verschil tussen roert (persoonsvorm) en geroerd (voltooid deelwoord) is gemakkelijker dan bij gebeurt (persoonsvorm) en gebeurd (voltooid deelwoord) omdat er in het laatste geval geen verschil is in uitspraak. En jij zegt zelf al in je vraagstelling: met woorden als werken en lopen gaat het zelden mis. Hetzelfde geldt voor werkwoorden die met be- beginnen zoals bedoelen.

Ik vind de hele nederlandse taal lastig.. Superslecht ben ik daar in!! Maar een ieder heeft zijn / haar kwaliteiten, en die heb ik toch best veel;-)

worden lijkt veel op woorden. daar kun je je in vergissen.

De grootste valkuil is het gebruik van de -d, -t of -dt. Heel veel mensen krijgen dit niet onder de knie. Het is een kwestie van een simpel trucje toepassen, maar dit lukt hen niet. (Dit heeft er ook mee te maken dat de klank van een -d aan het eind van een werkwoordvervoeging klinkt als een -t.) Dit is dan nog eens extra erg met werkwoorden die in de stam een -d hebben, zoals het woord worden. (of bidden, of zenden enz. enz.)

De grootste valkuil lijkt mij wanneer dit werkwoord in de vragende vorm wordt gebruikt.

Als je 't kofschip' juist toepast, hoef je geen valkuilen tegen te komen. Behalve als je het verschil tussen tegenwoordige- en verledentijd niet kent. Dan gebeurt het nog wel eens dat iemand schrijft 'hij werdt'...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100